Gepubliceerd op 16 augustus 2019

De ervaring van:

Ingrid van Uden Wijkverpleegkundige BrabantZorg Stel een vraag

  Leestijd: 4 minuten

“Soms zouden we wat meer moeten doorvragen”

Mantelzorgers zijn onmisbaar bij de hulp aan hun naaste. Als wijkverpleegkundige dien je hen zo goed mogelijk te ondersteunen. Maar wat als er onverhoopt een mantelzorger – tijdelijk of definitief – wegvalt? Wat zijn de alternatieven? Het is belangrijk om het netwerk rondom de cliënt goed in beeld te hebben.

Ingrid van Uden, wijkverpleegkundige: Mantelzorgers spelen een belangrijke rol voor cliënten zelf én voor ons als wijkverpleegkundige. Bij een intakegesprek vraag ik dan ook vrijwel altijd de mantelzorger erbij. Samen hoor je nu eenmaal meer dan alleen. De cliënt en zijn of haar mantelzorgers hebben verschillende perspectieven en stellen daardoor ook verschillende vragen, wat mij weer helpt om de situatie duidelijk in beeld te krijgen. Wel probeer ik me tijdens het gesprek altijd op de cliënt te richten en het gesprek niet te laten leiden door de mantelzorger.

Ik vind het heel belangrijk om te weten hoe het netwerk van de cliënt eruitziet. Als wijkverpleegkundige zouden we wat meer moeten doorvragen naar het netwerk, op een dieper niveau dan alleen ‘dochter doet de was’ en ‘zoon doet boodschappen’. Want: gaat dat goed, kunnen zij hun taken wel aan? Is de belasting niet te hoog? Als ik het niet helemaal vertrouw, vraag ik of ik de dochter of zoon mag bellen.

Met netwerk bedoel ik ook kennissen en vrienden. Doordat we soms te weinig doorvragen, hebben we niet iedereen in beeld. Ik merk dat cliënten dat ook niet altijd willen. Zij willen niet alles prijsgeven en zeggen dan dat ‘het niet nodig is’ om extra hulp in te schakelen. Ik vind dat wel een punt. Er zijn instrumenten voor om het netwerk vast te leggen, maar hoe kunnen we dat consequent doen, en in hoeverre wil je het netwerk precies in kaart brengen. Horen daar bijvoorbeeld ook kennissen bij?”

Psychische problemen

“Het zijn vooral de jongere mensen en mensen zonder geheugenproblemen die het vaak niet zo nodig vinden om een uitgebreid netwerk vast te leggen. Zij willen zelf de regie voeren. Dat is anders bij mensen met psychische problemen of dementie die niet zelf de regie kunnen voeren. Dan is het voor ons als wijkverpleegkundige echt heel belangrijk het netwerk in beeld te hebben.

Hoe belangrijk mantelzorgers ook zijn, soms kom je in lastige situaties doordat je niet vrijuit kunt praten. Bijvoorbeeld bij een dementerende cliënt die zelf denkt dat hij of zij nog veel kan doen terwijl de mantelzorger ziet dat dat niet zo is. Je wilt geen strijd tussen hen en ook niet achter de rug van de cliënt om praten. Soms is dat toch nodig, maar ik doe dat dan altijd respectvol en zoveel mogelijk transparant.”

Andere normen

“En wat doe je als je ziet dat het niet goed gaat? Zo is er een man in mijn wijk die al langere tijd zijn moeder in huis heeft genomen, met alle goede bedoelingen. Maar wij zien dat de kwaliteit van zorg veel beter kan; er is bijna sprake van oudermishandeling. Hij heeft andere normen dan wij bij de wijkverpleging. Wat doe je dan, wanneer bel je de huisarts? Als het echt niet goed dreigt te gaan, is overleg nodig met huisarts, ondanks alle goede bedoelingen van de zoon.

Wat daarbij komt kijken is de verslaglegging in het zorgdossier. Je kunt niet al je zorgen in het dossier zetten, want dat is ook toegankelijk voor de zoon. Hoe leg je dan het vast? Een schaduwdossier bijhouden kan ook niet, dat zorgt alleen maar voor verwarring. Ik ben wel benieuwd hoe andere collega’s met dergelijke situaties omgaan. Mijn oplossing: ik omschrijf het zodanig dat het niet concreet is voor ‘derden’, maar wel voor het team. En soms vraag ik andere disciplines om advies. Als de zorgsituatie complexer wordt, moet het zeker goed vastgelegd zijn. Zelf gebruiken wij hiervoor de methode SOAP [Subjectief, Objectief, Analyse, Plan] en ook de richtlijn V&VN Verslaglegging is waardevol.”