Gepubliceerd op 27 mei 2021

De ervaring van:

Carolien Rulkens Wijkverpleegkundige Groene Kruis Thuiszorg Stel een vraag

  Leestijd: 7 minuten

‘Positieve Gezondheid: samen op zoek naar wat wél kan’

Wijkverpleegkundige Carolien Rulkens van Groene Kruis Thuiszorg komt al jaren bij een echtpaar over de vloer om zorg te verlenen aan mevrouw. Als zij overlijdt, neemt de huisarts na enige tijd contact met Carolien op om de echtgenoot in zorg te nemen. Om met meneer te bespreken wat voor hem belangrijk is in het leven past Carolien de visie Positieve Gezondheid toe.  

“Door een langdurig ziekbed, ten gevolge van uitgezaaide borstkanker, kom ik al lange tijd bij het echtpaar over de vloer. Helaas overlijdt mevrouw na een ziekbed van zeven jaar. Na het overlijden van mevrouw vindt er nazorg in de vorm van gewenste huisbezoeken plaats voor meneer”, vertelt Carolien. Na enige tijd komt er vanuit de huisarts de vraag om te starten met zwachtelen van de onderbenen, omdat meneer ten gevolge van erysipelas oedeem in de onderbenen heeft.

Anamnese

“Aangezien de urgentie van de zorgvraag is samen met huisarts en cliënt besloten om direct de volgende dag te beginnen met zwachtelen en pas daarna te starten met het uitvragen van de anamnese. Toen ik voor het eerst kwam, zag ik een man waarvan ik vond dat hij best machteloos in zijn stoel zat. Hij had veel last van zijn benen, deze waren heel pijnlijk. Hij was blij dat hij werd geholpen en bekende te zien, omdat hij mij al jaren kent.” Uit het gesprek blijkt dat hij na het overlijden van zijn vrouw meer lucht heeft gekregen en meer aan zichzelf is toegekomen. Zo heeft hij leren koken en lukt het hem om zijn huis en tuin te onderhouden. Hij is tevreden met hoe het gaat, tot hij problemen met zijn benen kreeg.

Achterhalen wat voor meneer het belangrijkst is

“De komende zorgmomenten heb ik stukje bij beetje de anamnese ingevuld. De andere vaste collega’s die vaak bij meneer komen, hebben geholpen bij het verzamelen van de gegevens tijdens de geplande zorgmomenten.” Uit het kwetsbaarheidsonderzoek blijkt dat meneer op dit moment last heeft van een verminderde mobiliteit. Ook voelt hij zich niet fit. “Deze aspecten zullen verbeteren als het beter gaat met zijn been. Een mogelijke belemmering in zijn herstel zou de reuma kunnen zijn. Bij reuma is bewegen heel belangrijk, dat weet hij, waardoor hij een keer in de week zwemt.” Verder fietst en loopt meneer veel en eet hij gezond. “Zo nu en dan heeft hij veel pijn door de reuma. Op het moment dat hij zoveel last van zijn been had, was dat gelukkig niet het geval. Hoewel hij voldoende mensen om zich heen heeft, ervaart hij af en toe leegte om hem heen; hij mist een levenspartner naast zich. Iemand met wie hij samen met de caravan weg kan gaan. Het meest belangrijke voor hem is dat zijn been zo snel mogelijk geneest, zodat hij alles weer kan oppakken. Tot het zover is, is het van groot belang om te onderzoeken wat hij aan beweging al wél kan oppakken.”

Veel bewegen

“Samen met meneer en de huisarts hebben we de mogelijkheden op het gebied van beweging verkend. De huisarts had al een zwachtel-box besteld. Wat achteraf niet handig was, omdat soms een andere zwachtelmethode beter aansluit. De ene keer een korte rek zwachtel, dan een Rosidal-zwachtel en soms extra polster of fixatiemateriaal.” Nadat de juiste materialen waren gekozen moest meneer drie keer per week gezwachteld worden. “Meneer wist al dat hij vanwege de reuma veel moet lopen en bewegen. Ik heb dat aangevuld met kennis over wat er met het oedeem in zijn benen gebeurt als hij wandelt. En dat het vocht dan door de kuitspierpomp wordt afgevoerd. Hij was hierin geïnteresseerd en het was voor hem een bevestiging dat hij kon blijven lopen. Daarbij heb ik hem informatie gegeven over waar hij op moet letten om zijn eigen been te kunnen beoordelen. Zo heb ik onder meer vertelt dat hij moet bellen als zijn tenen blauw zien, het been pijnlijk is, of er roodheid ontstaat. Toen de wonden na twee weken waren genezen is de zorg zo gepland dat hij weer kon gaan zwemmen zonder zwachtels.” Nadien werden de zwachtels thuis opnieuw verbonden.

“Achteraf gezien hebben we nog geanalyseerd waardoor de erysipelas is ontstaan. We konden hiervoor geen duidelijke aanwijzing vinden. Meneer heeft wel hartproblemen, maar hij had voordien geen oedeem en steunkousen. Daarom is besloten, nadat de benen oedeem vrij waren, om geen steunkousen aan te meten. Wel is met de praktijkondersteuner afgesproken dat zij naast de hartcontrole ook een beencontrole uitvoert. Waardoor meneer uit zorg kon bij de wijkverpleging.”

Leerpunten

  • Stel open vragen en vul niet in voor de cliënt. Wat is voor de cliënt belangrijk, hoe zou hij/zij dit aan willen pakken, wie of wat is hiervoor nodig? Laat in het gesprek ook af en toe een stilte vallen.
  • Stel de vraag achter de vraag. Zo ging het in dit geval niet (alleen) om het zwemmen, maar bleek dat het zwemmen een positieve invloed had op het rouwproces van meneer en het effect op zijn reumatische klachten.
  • Positieve Gezondheid vraagt om maatwerk. Dit betekent in deze casus dat de wijkverpleging in overleg met de cliënt het tijdstip van het zorgmoment aanpast of – indien nodig – frequentere zorgmomenten inplant.
  • Dat je de cliënt goed kent en al een vertrouwensband hebt opgebouwd is positief, maar kan ook een valkuil zijn. Het gevaar bestaat dat je sneller iets voor iemand gaat invullen.
  • Als je met de andere betrokken disciplines afspraken maakt over controles in de toekomst kun je als wijkverpleegkundige de situatie loslaten, omdat de controle in de toekomst duurzaam en passend is georganiseerd door de praktijkondersteuner.

Conclusie

“Meneer gaf al in het eerste gesprek aan dat hij graag weer zou willen zwemmen, wat op dat moment binnen de coronamaatregelen mogelijk was. Door verder door te vragen kwam ik erachter dat zwemmen niet alleen belangrijk voor hem was vanwege zijn reumatische klachten, maar ook vanwege de sociale contacten die hij daar heeft. Die contacten zijn voor hem, nu hij midden in een rouwproces zit, belangrijker dan ooit. Meneer ging er echter vanuit dat zwemmen vanwege het zwachtelen niet mogelijk was. Maar omdat zijn been goed herstelde en zijn onderbenen alleen vanwege oedeem nog enige tijd gezwachteld moesten worden, was het toch mogelijk om het zwemmen weer op te pakken. Meneer kon immers zelf zijn zwachtels afdoen en wij konden als wijkverpleging onze zorgmomenten aanpassen aan die zwemmomenten. Dit betekende dat we samen een tijdstip bespraken om de zorg te verlenen, waarbij naar behoefte van meneer maatwerk plaatsvond.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.