Gepubliceerd op 9 maart 2021

De ervaring van:

Wenke van Daelen Wijkverpleegkundige Groene Kruis Thuiszorg Stel een vraag

  Leestijd: 8 minuten

‘Meebewegen met de wensen en behoeften van de cliënt. Stilstaan en kijken: wat heeft zij nodig?’

Het team van Wenke van Daelen, van Groene Kruis Thuiszorg Team Bergen, heeft een cliënt (50) die uitbehandeld was de laatste maanden van haar leven door middel van proactieve zorgplanning in de palliatieve fase begeleid. “Advance Care Planning is erg geschikt voor mensen die graag eigen regie over hun leven behouden.”

“Al vaker hadden we gesprekken gehad met een huisarts in onze regio om ons als wijkverpleging te introduceren bij iemand die uitbehandeld is. Normaal gesproken komen we meestal pas bij een patiënt in beeld in de allerlaatste levensfase; de stervensfase”, begint wijkverpleegkundige Wenke te vertellen. “Van soms helemaal geen zorg, krijgen mensen dan opeens drie à vier keer per dag een wijkverpleegkundige over de vloer, die invliegt, de regie overneemt en de deur weer uitgaat. We merkten dat zowel de cliënt als de naasten van de cliënt zich hier vaak door overvallen voelden.” Ook omdat er op deze manier vaak vooral aandacht is voor het fysieke en medische domein en minder voor het psychische, sociale en existentiële domein.

Frustratie, boosheid en verdriet

“Eind vorig jaar heeft deze huisarts ons, naar aanleiding van de eerdere gesprekken, geïntroduceerd bij een mevrouw die door een misdiagnose uitbehandeld was. Zij had een tumor in haar buik en er was naast fysieke ongemakken vooral ook veel frustratie, boosheid en verdriet. Mijn collega-palliatief verpleegkundige* nam mevrouw in zorg.” In de eerste periode vond het contact wekelijks plaats, waardoor Wenke’s collega een bekend gezicht werd voor mevrouw. Hierdoor konden ze zaken bespreken als hoe ze haar laatste levensfase voor zich zag en waar ze misschien bang voor was. “Waar de huisarts niet meer kan dan gericht kwalen behandelen, kunnen wij als wijkverpleging meekijken, begeleiding bieden en een vertrouwensrelatie opbouwen. Ook kunnen we helpen als iemand bijvoorbeeld behoefte heeft aan contact met lotgenoten of de Wensambulance.” Daarnaast kijkt de wijkverpleging of er misschien een ergotherapeut of fysiotherapeut ingezet kan worden eventueel gecombineerd met hulpmiddelen, zodat de cliënt langer zelfredzaam blijft.

Onrust en zielenpijn wegnemen

Tijdens die eerste contactmomenten werd voor de collega van Wenke al snel duidelijk dat mevrouw graag de regie over niet alleen haar leven behield, maar ook over de eerste tijd daarna. Zo wilde zij geen hulp bij haar verzorging en maakte zij zich zorgen wat er met haar hond na haar overlijden zou gebeuren. “Mijn collega heeft zich in eerste instantie vooral heel dienstbaar opgesteld: wat kan ik voor jou betekenen en waar loop je tegenaan? Na overleg met de huisarts kwamen we er achter dat mevrouw bekend was met borderline. Dat verklaarde haar soms tegenstrijdige gedrag. Wij hebben onze benadering daar vervolgens op aangepast en zijn letterlijk gaan meebewegen met de situatie en de cliënt. Mevrouw vond het erg moeilijk en angstig om het leven los te moeten laten. Doordat we dit wisten, werd het bespreekbaar en konden we met haar overleggen of ze daar misschien professionele begeleiding bij nodig had. Je voorkomt hiermee niet dat iemand fysieke ongemakken heeft, maar een stukje zielenpijn en onrust neem je wel weg.” Uiteindelijk is mevrouw in bijzijn van haar partner, beste vriendin en haar hond overleden. “Vanwege haar onrust was zij moeilijk te sederen. Uiteindelijk heeft zij zo’n 48 uur palliatieve sedatie gehad. Doordat we haar psychische gesteldheid en borderline goed in beeld hadden, hebben we extra medicatie (nozinan) ingezet in combinatie met morfine en dormicum.

Vinger aan de pols

Terugkijkend heeft mevrouw minder pijnstilling nodig gehad dan dat ze waarschijnlijk nodig had gehad zonder deze proactieve zorgplanning in de palliatieve fase. Wenke’s collega en mevrouw hebben in korte tijd een vertrouwensband opgebouwd. Mevrouw voelde zich veilig en kon met haar angsten en frustraties bij haar terecht. Hierdoor hoefde de huisarts niet wekelijks langs te gaan, maar hield hij dankzij deze samenwerking wél vinger aan de pols. “Natuurlijk blijft de huisarts eindverantwoordelijk, maar door in een driehoek van huisarts, wijkverpleging en patiënt samen te werken neem je bij iedereen wat wind uit de zeilen – wat de geleverde zorg aan mevrouw ten goede kwam.” Wenke gelooft dat Advance Care Planning erg geschikt is voor cliënten die eigen regie belangrijk vinden. “Het heeft vertrouwen gegeven en goede zorg gebracht. Door vroegtijdig je gezicht te laten zien en laagdrempelige zorg te bieden draaide het echt om mevrouw en wat voor háár belangrijk was.” Dankzij het tijdig informatie geven over mogelijkheden van zorg en het bespreekbaar maken van de wensen met betrekking tot de laatste levensfase heeft mevrouw op tijd keuzes kunnen maken, die ook de partner steun kunnen geven in zijn rouwverwerking.

Langere periode van zorg, maar minder uren

Deze manier van zorg verlenen is goedkoper dan de traditionele wijze. “In plaats van misschien wel 60 uur per week kom je nu over een langere tijd verspreid steeds een paar uur. Zo is de palliatief verpleegkundige, om de pijn bij mevrouw iets te verminderen, vroegtijdig aan de slag gegaan met massages en geurtherapieën. Als je als wijkverpleging pas in de stervensfase bij iemand komt, is die fase voorbij. Een andere bijkomstigheid is dat je door betere communicatie ook een betere band opbouwt met de naasten van een cliënt, waardoor je beter weet wat hun wensen zijn als het einde zich aandient.

Palliatief verpleegkundige: “Hoewel ze in eerste instantie wat weerstand voelde, heeft mevrouw aan het einde meerdere keren gezegd dat ze zo blij was dat ik er voor haar was. Ik ben echt een steunpilaar voor haar geweest en zij wist dat ik op de hoogte was van haar wensen en behoeften. Voor mij was het een heel dankbare ervaring. Ik zal niet ontkennen dat ik een traantje heb gelaten toen zij stierf.”

Leerpunten

  • Met elkaar: huisarts, wijkverpleging en patiënt vroegtijdig het gesprek aangaan of er bij een cliënt behoefte is aan proactieve zorgplanning in de palliatieve fase.
  • Kijken en luisteren naar de cliënt, zodat je een beeld krijgt wat hij/zij belangrijk vindt in zijn/haar leven. Waarbij je vooral zorg aanbiedt op de vier domeinen: fysiek, psychisch, sociaal en existentieel en je refractaire symptomen benoemt en daarvoor zorgplannen maakt.
  • En hoe zorg je er dan voor dat je het hele team meeneemt in die palliatieve zorg? Wat als je de zorg opeens moet uitbreiden: kan iedereen dan diezelfde rust en doordachtheid bieden?
  • Als wijkverpleging willen we altijd direct handelen. Advance Care Planning vraagt om even stilstaan en kijken: wat is hier aan de hand en wat heeft de ervaring geleerd?
  • Advance Care Planning bieden voor de nabestaande door middel van rouwgesprekken en evaluatiezorg. Na enkele rouwgesprekken zicht krijgen of er extra hulp nodig is bij rouwverwerking of andere begeleiding/zorg.

Conclusie

Meebewegen moet je leren. Als wijkverpleging zijn we van het snel handelen. Nu moet je kunnen sturen, kneden en bijsturen. Dat ‘niets’ doen, voelt soms onnatuurlijk, maar als je goede proactieve zorgplanning in de palliatieve fase geeft, moet je ruimte geven om de cliënt zijn/haar behoeften aan te laten geven – zonder die zelf in te willen vullen. Binnen de maatschap van de huisarts in deze casus is al interesse getoond om met een kaderarts palliatieve zorg, palliatieve verpleging en wijkverpleging te sparren over deze casuïstiek. Om zo in de toekomst angst, onrust en pijnbeleving bij cliënten te verminderen en zo goed mogelijke zorg te bieden aan de cliënt en de directe omgeving van de cliënt. Wenke: “De behoefte om een driehoek te creëren rondom palliatieve zorg is er zeker. Op deze manier kun je vroegtijdig signaleren dat iemand bijvoorbeeld meer zorg nodig heeft en kun je makkelijker afschalen en meebewegen.”

Meer over Advance Care Planning

Advance Care Planning, oftewel proactieve zorgplanning, is een vrijwillig proces van terugkerende gesprekken, waarbij cliënten en hun naasten en/of vertegenwoordigers met hun zorgverleners wensen, doelen en voorkeuren bespreken en afspraken maken. Deze worden vastgelegd in het zorgplan. Het doel van Advance Care Planning is om te komen tot gewenste, optimale interventies in de huidige en toekomstige situatie. De persoonlijke waarden, doelen en voorkeuren van de cliënt staan hierbij centraal.

Meer informatie

Advance Care Planning in de palliatieve fase

*Naam palliatief verpleegkundige is bij de redactie bekend. Zij wilde liever niet met haar naam op Kundig.nl.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.