Gepubliceerd op 16 augustus 2019

De ervaring van:

Denise Salden Wijkverpleegkundige MeanderGroep Zuid-Limburg Stel een vraag

  Leestijd: 4 minuten

“Ik ben vooral aan het monitoren en signaleren”

Wijkverpleging is zoveel meer dan alleen maar dagelijkse ondersteuning van de cliënt bij de fysieke verzorging. Wijkverpleegkundige Denise is tijdens haar bezoek vooral bezig met het monitoren en signaleren van veranderingen in de behoefte van de cliënt.

Denise Salden, zichtbare schakel/verpleegkundige bij Meander Thuiszorg in Heerlen: “Via het tuinpad loop ik naar de achterdeur, die steevast openstaat als ik kom. Vanuit de badkamer hoor ik geneurie. Ik lach en loop naar de keuken om alvast koffie te zetten. Dat is sinds ik hier kom routine geworden. Eerst koffie en bijkletsen, dan de verzorging. Even daarna komt Math in zijn rolstoel uit de badkamer. Een ruimte die zijn leven de laatste tijd heeft verrijkt, hoe raar dat ook klinkt. Douchen leek een hele tijd een luxe die tot het verleden behoorde. Ik denk terug aan de hete zomermaanden en de wasbeurten aan de keukenkraan. Wat een ellende! We praten daar nu nog vaak over na. De open benen, het zwachtelen, en niet kunnen douchen. ‘Wat een verschil met hoe het nu is’, zegt Math, roerend in zijn koffie.

Math is met zijn 61 jaar een van mijn jongere klanten. Tot ruim een jaar terug zag zijn leven er heel anders uit. Maar een bacterie in zijn ruggenmerg leidde tot een dwarslaesie en hij belandde in een rolstoel. Na vijf maanden Intensive Care en een half jaar revalideren kwam hij thuis in een huis dat vol ‘obstakels’ bleek te zitten. Door zijn beperkingen zag het er in eerste instantie naar uit dat hij met zijn vrouw zou moeten verhuizen. De gemeente zou uitkijken naar een andere woning, maar een half jaar verstreek zonder resultaat. Al die tijd kon er niet worden gedoucht omdat het huis geen lift heeft. Er is een aanvraag voor een vergunning ingediend om een badkamer bij te bouwen op de benedenverdieping. Ook daar ging heel lang overheen. Maanden. Maar Math bleef zich vastbijten als een pitbull. Zonder zijn doortastendheid was die badkamer er nooit gekomen. Ik heb veel bewondering voor Math. Ook voor het feit hoe hij met zijn beperkingen omgaat. ‘Ach weet je’, verzucht hij, ‘ik ben in het ziekenhuis bediend. Het leek erop dat ik het niet zou halen. Dus elke dag is meegenomen.’

We zijn allebei even stil, in gedachten verzonken. Maths echtgenote, Diana, schuift ook aan. Zij kan door gebroken rugwervels niet de mantelzorger zijn die ze wil. Gelukkig krijgen ze mantelzorgondersteuning. En voor Math komen een fysiotherapeut en ergotherapeut aan huis. De zorg is vrij complex. Niet alleen ondersteun ik bij de verzorging van de wond en het verwisselen van de katheter, maar ik ben vooral aan het monitoren en signaleren. We komen dan ook elke dag langs, want elk iets, hoe klein ook, kan een aanslag zijn op Maths lichaam. Moet er worden gezwachteld? Zijn er voldoende materialen voorradig? En dan nog de verzorging zelf. Maar nu de nieuwe badkamer er is, gaat dat stukken beter.

‘Het geeft me meer eigenwaarde dat ik dingen weer zelf kan’, bekent Math. En dat begrijp ik maar al te goed. Door de badkamer is hij vrolijker de laatste tijd. ‘Ik ben weer aan het nadenken over mijn bucketlist’, vertelt hij. ‘Ik wil binnenkort iets aan mijn tanden laten doen. En wie weet ook ooit nog eens een weekendje weg…’ Ik weet bijna zeker dat het ervan komt. Want als Math iets wil, dan krijgt hij dat voor elkaar. De badkamer is het bewijs…”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.