Gepubliceerd op 16 augustus 2019

De ervaring van:

Tineke van Dis Wijkverpleegkundige Stel een vraag

  Leestijd: 4 minuten

“Door het normenkader voel ik me sterker in het gesprek met cliënten, familie en artsen”

Het normenkader laat zien waaraan verpleegkundigen moeten voldoen wanneer zij verpleging en verzorging indiceren en organiseren. Wijkverpleegkundige Tineke van Dis heeft prettige ervaringen met het werken met dit normenkader.

Tineke van Dis, wijkverpleegkundige: “Verschillende punten uit het normenkader hebben mij helderheid gegeven. Zo voel ik me sterker staan om met de cliënt, familie en artsen in gesprek te gaan over de palliatieve en terminale fase in het ziekteproces. Ook in de gesprekken over de zorg die nodig is in de terminale fase durf ik duidelijker mijn mening en visie te geven. Het heeft mij gesterkt dat we als wijkverpleegkundigen niet meer van een arts afhankelijk zijn voor een terminaalverklaring bij Zvw-financiering. Vooral omdat de huisartsenpraktijken waar we veel mee samenwerken zelf ook aangeven dat dit door een wijkverpleegkundige geïndiceerd mag worden. Bij Wlz-financiering moet er overigens nog wel een terminaalverklaring door de (huis)arts afgegeven worden.

Ook ben ik blij dat de term ‘gebruikelijke zorg’ niet meer gebruikt wordt. De nieuwe omschrijving ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ is veel beter en doet recht aan het geven van goede en complete verpleegkundige zorg. Dus naast verzorgende en verpleegkundige handelingen ook: signaleren, coachen, coördineren, bieden van preventieve zorg, casemanagement.”

PGB-indicaties

“Bij een recente scholing over PGB-indicaties werd me al snel duidelijk dat in de scholing niet alle zes de stappen van het verpleegkundige proces aan bod kwamen. Wel stap 1 tot en met 4, maar niet stap 5: Planning en uitvoering, en stap 6: Monitoren en evalueren van zorg. Terwijl ook deze stappen specifiek benoemd worden in het normenkader. De wijkverpleegkundige die de PGB-indicatie afgeeft, legt direct vast wanneer en hoe vaak ze de cliënt bezoekt om te evalueren of de zorg volgens plan uitgevoerd wordt en of de gestelde doelen behaald worden. Op deze manier worden wel alle zes de stappen van het verpleegkundig proces gevolgd. Ik vind het goed dat de wijkverpleegkundige die de PGB-indicatie afgeeft de cliënt blijft volgen en beoordeelt of de zorg gegeven wordt zoals aangegeven en evalueert of de doelen bereikt worden.”

Méér zorg thuis

Zorgvragers willen vaak zo lang mogelijk thuisblijven met alle zorg die daarbij nodig is. De praktijk is dat de grens wat haalbaar is thuis, door de zorgvrager en/of diens netwerk regelmatig verlegd wordt om thuis te kunnen blijven. Het is aan de wijkverpleegkundige om op basis van alle stappen in het verpleegkundig proces te beoordelen wat ‘het goede’ is in deze situatie, met inachtneming van de wettelijke kaders.

Uitgangspunt bij de vaststelling van de zorginzet voor ‘méér zorg thuis’ is dat de wijkverpleegkundige niet begint met aangeven wat niet kan, maar onderzoekt wat de vraag precies is en hoe dit te organiseren is. De wijkverpleegkundige zal, net als bij elke andere indicatiestelling, in overweging nemen hoe deze zorgverlening met zorgvrager, netwerk en/of vrijwilligers te organiseren is. In de Zvw is geen maximum aan de uren zorg die geleverd kunnen worden. Er is impliciet wel een grens en die ligt binnen het professioneel handelen en bij het welzijn van de cliënt. Kernvraag bij het indiceren voor een grote zorgvraag is: tot wanneer is het nog verantwoord om zorg thuis te leveren?

Het verkennen van de grens van verantwoorde zorg in de thuissituatie is ook van belang bij de bredere discussie over waar de Zvw eindigt en waar de Wlz begint. De wettelijke kaders van Zvw en Wlz zijn bepalend voor wat uit welk kader gefinancierd wordt. In het normenkader is duidelijk beschreven welke criteria meespelen bij de overgang van Zvw naar Wlz en de keuzevrijheid die de cliënt daarin heeft. Voor mij is dit een pluspunt. Als wijkverpleegkundige moet je duidelijk kunnen maken dat het om het welzijn van de cliënt gaat en of deze nog veilig en verantwoord thuis kan wonen. Dit is wat ook steeds met de cliënt en het cliëntsysteem besproken moet worden.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.