Gepubliceerd op 18 februari 2021

De ervaring van:

Tanja de Vos Wijkverpleegkundige bij ZZG zorggroep Stel een vraag

  Leestijd: 7 minuten

‘Het is fijn als iemand anders de knoop doorhakt en besluit dat het niet meer gaat’

Zes jaar geleden kreeg wijkverpleegkundige Tanja de Vos (33) een burn-out. “Het was alsof ik in een sneltrein zat, die maar niet wilde stoppen. Hoewel iedereen om mij heen doorhad dat het slecht met mij ging, zag ik dat zelf niet.”

“Hoewel ik werkzaam ben in de zorg en al veel had gehoord over burn-out was het toch een soort ver-van-mijn-bed-show. Ook al zeiden familieleden, vrienden en collega’s: ‘het gaat mis, je gaat onderuit’, ging ik zelf gewoon door. Je weet ook niet hoe je moet stoppen; je zit in een sneltrein zonder rem. Ik had geen idee hoe ik mijn tempo kon verlagen en zag ook niet in hoe ik het anders kon gaan doen. Op een gegeven moment sliep ik nog maar twee à drie uur per nacht, had ik voortdurend spanningshoofdpijn, concentratie- en geheugenproblemen.” Tanja hoopt dat een week vakantie haar goed zal doen. Kort na haar vakantie maakt een collega een opmerking die bij haar zo hard en ongefilterd binnenkomt, dat ze in huilen uitbarst. “Als je zo over je eigen grenzen heen bent gegaan helpt een week rust je niets. Huilend ben ik de kamer van de gebiedsondersteuner binnengelopen, die mij ondanks mijn tegenstribbelingen naar huis stuurt. Achteraf is het zo fijn geweest dat zij die knoop doorhakte, zelf kon ik dat op het moment niet en was ik alleen maar argumenten aan het verzinnen waarom ik wél moest werken.”

Afleiding zoeken

Uiteindelijk zit Tanja vijf weken thuis, waarin ze vooral heel veel slaapt. “Ik was vooral erg moe en bleef dat ook. Mijn huisarts raadde mij aan om afleiding te zoeken. Voor iemand die beter is in zorgen voor een ander dan voor zichzelf, wat velen uit de zorg waarschijnlijk zullen herkennen, is dat een heel lastige opdracht waar ik ook echt mee heb geworsteld. Ik kon toch niet leuk in de stad gaan winkelen, terwijl ik wist dat anderen mijn dienst overnamen?” Toch beseft ze zich achteraf hoe belangrijk het is om met andere, positieve dingen bezig te zijn. Dat ze na vijf weken alweer aan het werk gaat, komt onder meer door haar voormalige manager. “Zij belde wel een paar keer per week op wanneer ik weer verwachtte aan het werk te kunnen gaan.” Hierdoor kwam Tanja niet tot rust en gaat ze na ruim een maand weer aan de slag. “Ik had mijzelf helemaal opgepept en wijsgemaakt dat het wel weer ging, maar daar prikte mijn nieuwe manager zo doorheen. Hij zei keihard: ‘Ik geloof er niets van. Het gaat helemaal nog niet goed met je.’ Hoewel ik dat op dat moment niet wilde horen, had hij natuurlijk wel gelijk.”

Revalidatietraject opgepakt

Op advies van de nieuwe manager gaat Tanja samen met een arbo-arts kijken wat ze nodig heeft en wat er qua werk en privé moet veranderen. “Ik ben een revalidatietraject gestart, waarbij er begeleiding is op lichamelijke en geestelijk vlak. Zo pak je de overbelasting van twee kanten aan, omdat dit invloed heeft op elkaar. In zes maanden tijd heeft dit mij op het goede pad geholpen. Een jaar later heb ik een traject gevolg bij een personal trainer met mental coaching. Tijdens deze trainingen kwam ik pas echt goed tot de kern van het probleem. Want wat maakt nou dat ik steeds een ander voorop stel en mijzelf hierin vergeet? Pas als je tot de kern komt, kun je het oplossen en weer gaan opbouwen. Daarvoor moest ik mij wel heel kwetsbaar opstellen.”

Hoe voel ik me?

Nu de boog voor iedereen in de wijkverpleging al bijna een jaar gespannen staat, ziet Tanja ook om zich heen veel mensen uitvallen. Zelf gaat ze daarom regelmatig bij zichzelf te raden: hoe voel ik me? Ook last ze dagelijks me-time in. “Als je eenmaal een burn-out hebt gehad, blijft dat toch een soort van zwakke plek. Zeker onder spanning val je snel in oude valkuilen. Een van de eerste signalen dat het niet helemaal goed gaat met mij is dat ik slechter ga slapen. Daar ben ik dus heel alert op. Verder doe ik aan timemanagement; voorafgaand aan een dienst schrijf ik voor mijzelf op wat de taken voor de dag zijn en hoeveel tijd ik daarvoor nodig heb. Aan het einde van de dag is het heerlijk om dingen af te vinken, waarbij ik niet meer gestrest raak als niet alles afkomt. In plaats daarvan schuif ik het door naar de volgende dag. Ik merk wel dat doordat het ziekteverzuim door corona hoger is, het gevaar op de loer ligt om toch die paar uur extra te gaan werken. Daarom kijk ik kritisch wat ik wél en niet kan doen, als ik gevraagd word om extra taken of diensten uit te voeren. Niemand is ermee geholpen als ik er straks weer maanden uitlig.”

De rol van de leidinggevende

Tanja benadrukt nogmaals hoe belangrijk de rol van de manager is als je te maken hebt met overspannenheid of een burn-out. “Dat ze het herkennen, de signalen uitspreken en dat je er überhaupt over kunt praten. Ze hoeven niet met oplossingen te komen, maar er gewoon voor je zijn is al belangrijk. Ook collega’s onderling moeten oog voor elkaar hebben. Door te vragen hoe het écht met iemand gaat. Zeker omdat het nog niet zeker is hoelang dit allemaal gaat duren. Mijn tip aan collega’s zou zijn: blijf communiceren hoe het gaat, zeker op moeilijke momenten en dek niet alles toe.”

Leerpunten

Tanja doet na haar burn-out een aantal dingen anders:

  • Ik probeer vaker te ontspannen, bijvoorbeeld door te sporten of wandelen;
  • Dagelijks zet ik een wekker en dan is het tien minuten ‘me-time’. Ik doe dan bijvoorbeeld een ademhalingsoefening of zing even keihard mee met muziek;
  • De werktelefoon staat alleen aan als ik dienst heb;
  • Ik bekijk mijn mail alleen als ik aan het werk ben en ontvang geen werkmails op mijn privé-telefoon;
  • Geen telefoon, laptop, iPad of televisie een uur voordat ik ga slapen;
  • Goede voeding, als soepen en smoothies;
  • Ik zorg voor veel daglicht, zowel in huis als door veel naar buiten te gaan;
  • Soms kies ik er bewust voor om bepaalde taken niet op te pakken; ik hoef niet alles zelf te doen.

Conclusie

Ondanks dat het werk door de coronapandemie zwaarder is en de uitval bij collega’s door ziekte groter gaat het met Tanja goed. Dat komt onder andere omdat ze alert is op de signalen, waarbij niet slapen een van de eerste symptomen is. Zodra ze slecht slaapt, gaan alle alarmbellen rinkelen. Daarbij last ze heel bewust ontspanning in, door buiten in de natuur te gaan wandelen en door even helemaal offline te gaan als ze vrij is. Zo kan ze er weer dubbel en dwars tegenaan als ze weer een dienst heeft.

Meer informatie:

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.