Gepubliceerd op 9 juli 2021

De ervaring van:

Marijn Weers Wijkverpleegkundige Stel een vraag

  Leestijd: 5 minuten

‘Als wijkverpleegkundige kun je echt van betekenis zijn voor een ander’

Marijn Weers (25) is nu drie jaar werkzaam als wijkverpleegkundige. Als ‘groentje’ is ze geneigd om elke dag zichzelf weer kritisch te bevragen: doen we de dingen die we doen op de meest efficiënte en kwalitatief goede manier en welke verbeteringen zouden we kunnen doorvoeren?

De afgelopen drie jaar is Marijn heel erg aan het ontdekken geweest: wat houdt mijn vak precies in, wat wordt er van mij verwacht, wat biedt mijn organisatie, hoe kan ik helpen de organisatie te verbeteren en wat hoort niet bij de taken van een wijkverpleegkundige, maar bij andere disciplines? Marijn: “Als wijkverpleegkundige ben je een generalist. Dit maakt je breed inzetbaar, zorgt ervoor dat je overal wat van weet, maar van niets heel veel. Dat vond ik in het begin best spannend. Je wilt niet onprofessioneel overkomen.”

Indicatie stellen

Bij Livio, de organisatie waar Marijn in dienst is, werken zo’n 2.500 medewerkers. Hoewel iedereen hetzelfde doel heeft: cliënten verzorgen en verplegen, wordt er op verschillende manieren zorg verleend. Onder meer bij de indicatiestelling. “Indiceren heb ik geleerd door naast een collega te gaan zitten en stap voor stap door te nemen wat je waar invult. Wij werken met het indicatiesysteem Caress. Wat ik in het begin vooral uitdagend vond is: hoe specificeer je iets SMART en zorg je ervoor dat het past bij de cliënt?”

Als NWG zijn we daarom bezig om de indicatie meer uniform te maken. Want als er binnen organisaties al grote verschillen zijn, zal dat landelijk niet anders zijn. Daar komt bij dat zorgverzekeraars eisen stellen aan de indicatie. Zo presenteerde wijkverpleegkundige Kim Bron  van Florence en projectleider aanspreekbare en herkenbare wijkverpleging Monique Jansen Schuiling onlangs op het V&VN congres Kennis en Kunde van Indiceren de workshop Assessment vakbekwaam indiceren. Dit assessment zit momenteel in de testfase en is bedoeld om voor jezelf te peilen waar je staat met je competenties als wijkverpleegkundige bij de totstandkoming van de indicatie van een cliënt(systeem).

Uniform werken

Hoewel Marijn aangeeft dat de wens om uniform te werken er zeker is, gebeurt het nog niet. “Zo kan het zijn dat je in Enschede-zuid een half uur krijgt voor een bepaalde handeling en in noord vijftien minuten.” Dit verschil is er omdat er op verschillende manieren geïndiceerd wordt. “Indiceren gebeurt op cliëntniveau, maar dat betekent niet dat er niet meer eenheid in aangebracht kan worden.”

Meer tijd voor intervisie

Nu Marijn zo’n drie jaar onderweg is, zou ze graag meer tijd voor intervisie krijgen. “Het zou fijn zijn als we regelmatig samen met collega’s een indicatie en cliëntcasus zouden kunnen bespreken. Ook zou het mij helpen als er een format of richtlijn komt hoe je op de juiste manier een interventie opstelt. Wanneer we meer tijd zouden hebben om met collega’s te bespreken hoe je indiceert, welke doelen je stelt, hoe je scherp formuleert en welke interventies je eraan koppelt, zou dat de kwaliteit van onze indicaties, en ook onze zorg, verhogen.” Marijn vertelt dat de reden waarom dit niet of te weinig gebeurt de hoge werkdruk in de zorg is. “In het uur dat iemand met mij meekijkt naar een indicatie, kan hij/zij zelf twee indicaties voor andere cliënten maken. Door personeel krapte in de zorg is er vaak weinig tijd om met elkaar te overleggen. Ik vind dit heel jammer en een groot gemis.”
Om het indiceren binnen Livio naar een hoger niveau te brengen is er onlangs een subsidievraag gedaan om intervisies te houden. Deze subsidie (Subsidieregeling Ondersteuning Wijkverpleging) geeft organisaties meer tijd voor de zorg, betere zorg en meer werkplezier in de wijkverpleging.

Verbeterpunten

Marijn ziet voor haar eigen organisatie verschillende verbeterpunten. Onder meer op het gebied van de samenwerking met het ondersteunend personeel, efficiency, administratie en de bereikbare dienst. “Al kunnen we aan de administratieve rompslomp zelf niet veel veranderen, dat ligt bij de zorgverzekeraars.”

‘Het mooiste vak ter wereld’

Hoewel Marijn best kritisch is als het op haar werk, en met name de uitvoering van haar werk, aankomt, vindt ze het toch het mooiste vak ter wereld. “We moeten bij studenten echt het beeld veranderen dat wij hele dagen bezig zijn met steunkousen aantrekken, douchen en billenvegen, want de wijkverpleging is zo veel meer! We helpen, ondersteunen en coördineren bij de zelfredzaamheid van een cliënt in de wijk. We komen soms letterlijk als enige bij mensen achter de voordeur. Je kunt echt van betekenis zijn in het leven van iemand anders, dat blijf ik bijzonder vinden.”

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Bij de coördinatie van zorg in de wijk komen alle facetten kijken: van contact met de huisarts en andere professionals, als de wijkagent en ergotherapeut, tot het indiceren van welke zorg ingezet gaat worden. “Dat maakt het werk zo ontzettend leuk: de samenwerking met verschillende disciplines en de vrijheid en verantwoordelijkheid die je hebt. De zorgen voor zorgvragers dragen wij in de wijk samen. De coronapandemie heeft dit alleen maar versterkt: we stonden letterlijk in de frontlinie. Dankzij Rutte en De Jonge worden we nu gelukkig meer gezien en gewaardeerd.”

 

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.