Gepubliceerd op 15 maart 2021

De ervaring van:

Nadine Smits Wijkverpleegkundige bij de Zorggroep Stel een vraag

  Leestijd: 6 minuten

Als mantelzorgen te zwaar wordt

Een collega-wijkverpleegkundige belt wijkverpleegkundige Nadine of er ruimte is om een cliënt in zorg te nemen met verdenking Ischias; een zenuwpijn die begint in de rug en via de bil doorloopt tot in het been. Deze cliënt is mantelzorger voor zijn vrouw. Nu hij zelf ziek is, komt de zorg voor zijn vrouw in het gedrang.

Twee dagen later ga ik naar de cliënt toe. Hij vertelt over zijn frustraties en zorgen. Uit het gehele verhaal proef ik onmacht. De cliënt is al enkele jaren mantelzorger van zijn vrouw, die Alzheimer heeft. Mevrouw heeft veel aansturing nodig en verstopt door het hele huis spullen. Nu meneer zelf ziek is en veel rust moet nemen, kan hij haar niet de begeleiding geven die zij nodig heeft. Ik vraag aan hem wat hij het belangrijkst vindt. Zijn antwoord is dat hij herstelt en zijn vrouw de zorg krijgt, die hij nu even niet kan geven. Hij geeft aan dat hij zich de meeste zorgen over zijn vrouw maakt. Om erachter te komen wat voor het echtpaar in de laatste levensfase belangrijk is, pas ik Advance Care Planning (ACP) toe. Meneer geeft aan dat kwaliteit van leven voor hen is dat ze samen blijven wonen. Tijdens het gesprek merk ik op dat zijn echtgenote erg neerslachtig is en zich geen raad weet met de situatie. Ik geef daarom aan dat we per direct ook zijn vrouw in zorg nemen, om hem te ontlasten zodat hij zich kan focussen op zijn herstel. Hij reageert ontzettend blij en geëmotioneerd. Hij zou het liever zélf doen, maar helaas kan dat nu niet.

Niet veel later spreek ik met alle betrokken disciplines over de situatie in het casusoverleg van de gemeente waar ik werkzaam ben. Er wordt direct voor drie maanden een Wmo-indicatie afgegeven voor huishoudelijke zorg en maaltijden. Mevrouw kreeg al individuele begeleiding van Hulp bij Dementie, gespecialiseerde thuisbegeleiding en de huisarts. Vooral Hulp bij Dementie en gespecialiseerde thuisbegeleiding liepen ertegenaan dat meneer zaken verbloemde. Doordat hij telkens aangaf dat ze het samen wel zouden redden, kregen ze geen grip op de situatie.

Na een week keert de situatie om

Toch stabiliseert de situatie na een paar dagen. Meneer en mevrouw zijn zeer content over de zorg die is ingeschakeld. Met meneer gaat het steeds beter, daarom wil hij de zorg minderen. Als dit lukt, dan kan hij weer iets meer voor zijn vrouw betekenen. Al met al een opluchting! Het voelt als een overwinning. Helaas keert de situatie al na een week om. Meneer en mevrouw gaan er samen een dag op uit, maar het gaat niet goed. Gedurende het hele uitje heeft meneer het gevoel dat hij mevrouw in de gaten moet houden en steeds moet herhalen wat ze die dag gaan doen. Meneer raakt hierdoor gefrustreerd en uit dit naar zijn vrouw. Mevrouw op haar beurt raakt in paniek, zo erg dat zij weg wil bij meneer en suïcidale gedachten krijgt. Als ik de volgende ochtend bij het echtpaar kom om zorg te verlenen geeft meneer aan dat hij het niet meer aan kan. Enorm emotioneel en verslagen zit hij in zijn stoel. Zijn vrouw geeft aan dat ze weg wil. Na overleg met de dochter besluit deze om haar moeder mee naar haar huis te nemen.

Een aantal zaken hadden we anders moeten doen

Mevrouw wordt na het weekend met een inbewaringstelling opgenomen op de interventieafdeling in de regio. Terugkijkend hadden we een aantal zaken anders moeten doen. Zo hadden we toen meneer zich zodanig beter voelde dat hij de zorg voor zijn vrouw weer wilde overnemen open vragen moeten stellen. Om er zo achter te komen wát hij precies zou kunnen overnemen en waar wij hem nog mee zouden kunnen blijven helpen. Omdat meneer deed alsof hij de hele wereld aankon, werd de zorg in een keer weer volledig aan hem overgelaten – wat in zijn toestand te zwaar bleek. Hij had veel langer de tijd moeten hebben om te herstellen. Ook was het achteraf goed geweest als we een brainstorm met collega’s hadden ingelast om te kijken wat de mogelijkheden in de zorg voor mevrouw waren.

Leerpunten

  • Altijd voordat je iemand in zorg neemt een uitgebreide anamnese afnemen. In deze casus zowel bij meneer als mevrouw;
  • Wekelijks evalueren als de situatie daarom vraagt;
  • Als de situatie omslaat contact opnemen met naasten van de cliënt(en);
  • Als een cliënt de zorg wil afbouwen eerst een plan van aanpak maken, zodat dit stapsgewijs gebeurt;
  • Bij het afschalen van zorg tijdens elk zorgmoment kort evalueren hoe het gaat.

Meer over Advance Care Planning

Een ACP-gesprek is een belangrijke stap voordat een patiënt in zijn of haar laatste levensfase komt. In het proces naar palliatieve zorg is het van belang dat cliënten hun toekomstige zorgbehoefte bespreekbaar maken en vast plannen hiervoor maken. De behoefte tot zorg kan al enorm toenemen wanneer mensen met kleine stapjes achteruitgaan in de mentale en/of fysieke gesteldheid. In een ACP-gesprek bespreekt de cliënt samen met bijvoorbeeld de wijkverpleegkundige en naasten hoe de toekomst eruit gaat zien op het gebied van zorg. Zo worden onwenselijke situaties voorkomen en zijn de voorkeuren van de patiënt besproken voordat hij/zij niet meer in staat is deze keuzes te maken. Het bespreken van de toekomst kan angst, stress en depressie beperken bij de patiënt en op lange termijn ook bij naasten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.