Gepubliceerd op 3 februari 2021

De ervaring van:

Tanja de Vos Wijkverpleegkundige bij ZZG zorggroep Stel een vraag

  Leestijd: 6 minuten

‘Als ik de volgende dag terugkom, is de situatie verder verslechterd’

Als wijkverpleegkundige is Tanja verbonden aan het geheugenteam. Ze coördineert de zorg voor een echtpaar waar ze al jaren bij betrokken is. Meneer en mevrouw zijn allebei van hoge leeftijd. Meneer is dementerend en mevrouw heeft met name lichamelijke klachten. Ondanks dat willen zij al jaren weinig hulp of ondersteuning.

Samen zijn ze één, zoals mevrouw altijd zegt. Ze wonen in een groot huis met trappen, die zacht gezegd een uitdaging zijn voor mensen met mobiliteitsproblemen. Tot een paar weken geleden was het echtpaar er altijd van overtuigd dat ze weinig hulp of ondersteuning nodig hadden. Omdat de toestand van meneer verslechterd beseft mevrouw dat zij moet gaan nadenken over hun toekomst.

Gevallen

Op een zaterdagmorgen krijg ik in alle vroegte een telefoontje van een collega. Een cliënt van het geheugenteam is gisteravond én vanochtend gevallen. Het blijkt meneer te zijn. Aan de eerste val heeft hij niets overgehouden, maar de tweede heeft een snee in zijn nek veroorzaakt. Ambulancebroeders zijn langs geweest om de snee te verzorgen. Omdat de broeders de situatie erg zorgelijk vinden, hebben ze overlegd met de huisartsenpost voor opname. Daar komt bij dat doordat mevrouw haar man al enkele keren ondersteund heeft wanneer hij bijna viel, zij nu veel rugklachten ervaart. De huisarts van de huisartsenpost wil het weekend aankijken, zodat er maandag weer overleg kan zijn met de eigen huisarts. Diezelfde dag gaan collega’s ‘s middags langs om te kijken hoe het met hen gaat. Meneer zit in de stoel, reageert minder, ziet erg wit en zijn pols is blauw en dik. Terwijl de collega’s meneer op de toilet zetten, wordt hij zelfs agressief; iets wat hij in al die jaren nog nooit is geweest. De huisartsenpost wordt opnieuw benaderd en zij komen weer langs. Ze schrijven Haloperidol voor (een middel tegen de onrust die veel dementerenden ervaren) voor meneer en pijnstilling voor mevrouw, maar ook nu geen opname.

Niet tot last zijn

In de avond ga ik voor het begin van mijn dienst langs voor controle. Meneer zit in zijn stoel in de woonkamer en is rustig. Mevrouw loopt rond, maar heeft veel pijn waardoor zij wankelt. Ze wil geen rollator gebruiken. Ik spreek met hen af dat ik later op de avond terugkom om de avondzorg te geven. Rond 21.30 uur ga ik weer langs. Een neef van het echtpaar is op dat moment aanwezig. Als ik meneer controleer, is hij vooral beurs. Verder kan hij alles bewegen. Ook staan en lopen gaat redelijk. Samen met een collega ondersteunen wij hem, helpen met omkleden en leggen hem op bed. Mevrouw is standvastig als altijd: zij wil geen hulp. Uiteindelijk weet ik haar toch te overtuigen dat zij onze hulp nu echt mag aannemen. Met haar pijn is het nu onverantwoord dat zij alles alleen doet. Ik neem afscheid van het echtpaar en hoop net als zij op een rustige nacht.

Dit kan zo niet langer

Zondag heb ik weer avonddienst en schakel ik ‘s middags met een collega hoe de stand van zaken is. Zij laat weten dat meneer weer iets hersteld is; hij kan weer beter staan dus heeft hij maar ondersteuning van één persoon nodig. Als ik ‘s avonds kom, is een buurvrouw aanwezig, die mevrouw al heeft geholpen met omkleden. Meneer gaat toch weer wat minder soepel staan en bij mevrouw is het ‘s middags voor de zoveelste keer in de rug geschoten. Dit is een situatie die zo niet lang door kan gaan. Ik geef door aan de collega van de volgende dag dat ze contact moet opnemen met de huisarts om de situatie te bespreken. Mevrouw heeft nog de hoop dat als haar rugpijn over is, zij de zorg van haar man weer op kan pakken. Maar van binnen weet ook zij beter.

Crisisopname

De volgende dag regelt de huisarts een crisisopname voor meneer. Ze kunnen meneer waarschijnlijk niet in de buurt plaatsen dit betekent dat het echtpaar voor het eerst in hun leven gescheiden van elkaar zullen zijn. Het trieste is dat wij juist de afgelopen weken bezig waren om te bespreken en regelen waar het echtpaar samen naar toe zou willen.

Leerpunten

  • Het lastige in deze situatie was dat meneer en mevrouw jarenlang niet wilden praten over de toekomst. Over wat als het niet meer gaat, wat willen jullie dan? Dat gesprek had kort voor de situatie wél plaatsgevonden, maar kwam door de val te laat. Mogelijk hadden we toch kunnen kijken hoe we het gesprek anders in hadden kunnen steken, mogelijk in combinatie met de huisarts.
  • Familie werd door meneer en mevrouw heel lang afgehouden, na de val kwamen er in eens allerlei mensen vanuit het netwerk naar voren met ieder een andere visie. Voor een volgende keer is het belangrijk om het netwerk beter in beeld te brengen en ook uit te leggen aan meneer en mevrouw dat het in geval van verslechtering belangrijk is dat het netwerk goed in beeld is, zodat er al een vorm van samenwerking is.

Meer over het geheugenteam

Een geheugenteam is een wijkteam dat zorgtaken uitvoert bij mensen met geheugenproblemen geïndiceerd binnen de ZVW of WLZ. Het team bestaat uit een verpleegkundige in de wijk, verzorgenden IG en een coördinerend wijkverpleegkundige, die samen zorgen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen of eerder vanuit het ziekenhuis naar huis kunnen. Er is intensief contact met het netwerk van de cliënt, zoals mantelzorgers, huisartsen en zorgtrajectbegeleiders. Samen  wordt gekeken wat er nodig is. De eigen regie van de cliënt worden bevorderd en gestimuleerd: bij alles staan de wensen en behoeften van de cliënt centraal.

Meer informatie

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.