Gepubliceerd op 30 maart 2020

  Leestijd: 7 minuten

Wet zorg en dwang (Wzd)

De nieuwe Wet zorg en dwang is sinds 1 januari 2020 een feit. Van zorgprofessionals, en daarmee de wijkverpleegkundigen, wordt verwacht dat ze op de hoogte zijn van de inhoud van de nieuwe wet. Desalniettemin zijn er nog veel vragen rondom de invoering van de Wet zorg en dwang (Wzd) Voor wie geldt de wet en hoe ga je hiermee om als wijkverpleegkundige? In dit artikel zetten we de belangrijkste punten op een rij.

Onvrijwillige zorg mag alleen toegepast worden om ‘ernstig nadeel voor de cliënt’ te voorkomen. Dát is de kern van de nieuwe Wet zorg en dwang.

Waarom een nieuwe wet?

Tot 1 januari 2020 vielen gedwongen opnames en gedwongen zorg voor mensen met dementie of met een verstandelijke beperking onder de Wet Bopz. Die wet is primair gericht op behandelingen in een psychiatrisch ziekenhuis. Omdat de Bopz niet meer past bij mensen met dementie en bij nieuwe vormen van wonen en zorg, is de nieuwe wet gekomen. De essentie van de Wzd is dat we alleen onvrijwillige zorg gebruiken als het niet anders kan. Ook verbetert deze wet de bescherming van de cliënt als we wel onvrijwillige zorg toepassen.

Voor wie geldt de Wzd?

De Wzd geldt voor cliënten die professionele zorg ontvangen vanwege:

  • een verstandelijke beperking
  • een vorm van dementie, door een ter zake deskundige arts vastgesteld,
  • dezelfde gedragsproblemen en regieverlies als mensen met dementie, als gevolg van het syndroom van Korsakov, de ziekte van Huntington of NAH.

Wanneer is er sprake van onvrijwillige zorg?

Als een cliënt of zijn vertegenwoordiger níet instemt met zorg of wanneer de cliënt zich verzet tegen de zorg, is er sprake van onvrijwillige zorg. De Wzd onderscheidt de volgende negen categorieën onvrijwillige zorg:

  1. medische handelingen en therapeutische maatregelen;
  2. beperken van de bewegingsvrijheid;
  3. insluiten;
  4. uitoefenen van toezicht op de betrokkene;
  5. onderzoek aan kleding of lichaam;
  6. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen of gevaarlijke voorwerpen;
  7. controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
  8. beperken van de vrijheid om het eigen leven in te richten;
  9. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

Op alle categorieën is dezelfde besluitvormingsprocedure van toepassing, het zogeheten stappenplan.

Wat houdt ‘ernstig nadeel’ in?

Onvrijwillige zorg mag alleen toegepast worden om ‘ernstig nadeel voor de cliënt’ te voorkomen. De Wzd omschrijft ernstig nadeel als ‘het bestaan van of het ernstig risico op’:

  1. levensgevaar voor de cliënt of iemand anders;
  2. ernstig lichamelijk letsel voor de cliënt of iemand anders;
  3. ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade voor de cliënt of iemand anders;
  4. ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang van de cliënt of iemand anders;
  5. ernstig verstoorde ontwikkeling van de cliënt of iemand anders;
  6. bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
  7. de situatie dat de cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
  8. de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Het Kwaliteitskader Wijkverpleging geeft richting en houvast

De basis voor het zorgplan is een goed en uitgebreid anamnesegesprek waarin advance care planning een plaats krijgt. Het Kwaliteitskader Wijkverpleging geeft hierbij richting en houvast en zal zelden leiden tot een beslissing om onvrijwillige zorg toe te passen. Het zoveel mogelijk voorkomen van onvrijwillige zorg is immers de essentie van ons werk, waarin we altijd deskundig, gezamenlijk en transparant handelen. Voor de afwegingen die we daarbij maken betekent dit het volgende:

Deskundig

  • We handelen consequent op basis van het Kwaliteitskader Wijkverpleging;
  • We maken alleen gebruik van onvrijwillige zorg als we geen andere mogelijkheid zien.
  • We passen geen vermijdbare of onnodige onvrijwillige zorg toe. We maken er alleen gebruik van als er sprake is van ‘ernstig (dreigend) nadeel’ voor de cliënt of anderen.
  • We beschouwen onvrijwillige zorg altijd als een tijdelijke noodmaatregel en zoeken steeds actief naar (vrijwillige of minder ingrijpende) alternatieven.
  • We zorgen voor voldoende en deskundig personeel.

Gezamenlijk

  • We blijven – in samenspraak met de cliënt of zijn vertegenwoordiger – voor iedere cliënt zoeken naar de beste balans tussen vrijheid en veiligheid, waarbij we de waarden en normen van de cliënt zwaar laten meewegen.
  • We onderzoeken voor- en nadelen vanuit verschillende perspectieven: van de cliënt, familie, arts, wijkverpleging en betrokkenen.
  • Wanneer onvrijwillige zorg wordt toegepast, dan doen we dat zorgvuldig en met aandacht voor de belangen en de rechtspositie van de cliënt.
  • Bij toepassen van onvrijwillige zorg kiezen we altijd voor de minst ingrijpende vorm; lichtere vormen kunnen eventueel zwaardere vormen (zoals gedwongen verhuizen) voorkomen.

Transparant

  • De gemaakte keuzes worden vastgelegd in de anamnese en eventueel het zorgplan.
  • We volgen altijd het stappenplan zoals vastgelegd in de Wzd.
  • De gevolgen van de keuzes ten aanzien van het gedrag en de (on)mogelijkheden van de zorg worden van tevoren goed doorgesproken met de cliënt en de vertegenwoordiger. De zorg handelt zoals is afgesproken.

Casus

Onderstaande casus laat zien hoe een goed en uitgebreid anamnesegesprek onvrijwillige zorg kan voorkomen. In dit voorbeeld maakt de cliënt vrijwillig een keuze en accepteert de gevolgen daarvan.

Mevrouw A. is een aantal jaar geleden gediagnosticeerd met dementie. Mevrouw is nog heel zelfredzaam en woont zelfstandig. Haar cognitieve achteruitgang als gevolg van de dementie komt vooral tot uiting als dingen anders verlopen dan normaal. Mevrouw zorgt voor haar hondje, geniet van de twee dagen op de dagbesteding, de wekelijkse yoga bezoekjes en luistert graag naar klassieke muziek. Daarnaast krijgt ze regelmatig bezoek van haar zes kinderen.

Soms heeft mevrouw wat moeite met het klaarmaken van haar ontbijt, maar dankzij extra ondersteuning kan ze dit zelfstandig doen. Ook bij de warme maaltijd wordt mevrouw ondersteund, omdat het gebruik van de magnetron lastig is voor haar.

Een jaar geleden is haar man met vergevorderde dementie naar een verpleeghuis verhuisd en is daar overleden. In de tijd dat haar man nog thuis woonde, is een medicatiekluisje ingezet. Om veiligheidsredenen – voorkomen van ernstig nadeel voor meneer – werd zowel de medicatie van meneer als van mevrouw in het kluisje gezet. Na zijn verhuizing naar het verpleeghuis werd het kluisje niet meer gebruikt voor de medicatie van mevrouw. De wijkverpleging en haar kinderen merkten dat mevrouw zeer onrustig werd bij het zien van haar medicijnen; ze wist niet wat ze ermee aan moest. Na goed overleg hierover tussen mevrouw, haar kinderen en de wijkverpleegkundige is op verzoek van mevrouw het medicatiekluisje weer in gebruik genomen.

In deze situatie is geen sprake van onvrijwillige zorg. Uiteraard heeft de wijkverpleegkundige in het dossier verslag gedaan van het gesprek en zijn de gemaakte afspraken opgenomen in het zorgplan.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.