Gepubliceerd op 13 juni 2019

  Leestijd: 4 minuten

Welke beslissingsbevoegdheid heb je als wijkverpleegkundige?

De vergrijzing, de toenemende zorgvraag, de kortere ligduur in het ziekenhuis en de tendens om mensen zo lang mogelijk thuis te verzorgen doen een groot beroep op wijkverpleging. Als wijkverpleegkundige wordt van je verwacht dat je meer preventief en proactief werkt. Daarbij neemt het aantal mensen met multimorbiditeit toe. Welke beslissingsbevoegdheid heb je om te bepalen welke zorg de cliënt krijgt?

Indiceren en zorg toewijzen

Binnen de Zvw is de wijkverpleegkundige zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende noodzakelijke zorg. Hiermee is de wijkverpleegkundige uniek binnen de verpleegkundige beroepsgroep. Als wijkverpleegkundige heb je de maatschappelijke verantwoordelijkheid om schaarste in middelen zorgvuldig en afgewogen in te zetten. Je hebt een poortwachtersfunctie voor de eerstelijnsgezondheidszorg. Dit doe je door professioneel autonoom op te treden bij het indiceren en organiseren van de zorg: samen met de cliënt stel je de zorgbehoefte vast en leg je deze vast in een zorgplan. Samen met het team ga je aan de slag om de zorg goed te organiseren.

Hiermee ben je verantwoordelijk voor het totale proces van het stellen van een verpleegkundige diagnose, de indicatiestelling en het organiseren en verlenen van wijkverpleegkundige zorg en psychosociale begeleiding op basis van klinisch redeneren. In het normenkader is vastgesteld dat dit is voorbehouden aan hbo-verpleegkundigen; dit geldt dus niet voor mbo-verpleegkundigen op basis van ervaring (normenkader V&VN 2014). Voor de collega’s in het wijkteam geldt dat zij de verantwoordelijkheid hebben om te signaleren en te observeren en in samenspraak met de hbo-verpleegkundige het zorgplan en de indicatie laten aansluiten bij wat nodig is voor de zorg.

Beslissingsbevoegdheid

Om deze rol goed te vervullen heb je zelfstandige bevoegdheid nodig en ben je professioneel autonoom om naar eigen inzicht te beslissen welke vorm van hulp- en dienstverlening de beste is voor cliënten en hun naasten. De beslissingsbevoegdheid die je op dit moment hebt als wijkverpleegkundige betreft:

  • Het opstellen van het zorgplan. Je stelt de aard, duur en omvang van de zorg vast (indicatie) en organiseert de zorg voor de cliënt en zijn of haar naasten.
  • Het voeren van de regie bij het coachen van en samenwerken met het team van wijkverpleging, waarbij je beschikt over de CanMEDS competenties. Het team van wijkverpleging bestaat uit VIG niveau 3 en mbo-verpleegkundige niveau 4. Samen met hen werk je aan de doelen van cliënten en heb je een signalerende, observerende en uitvoerende rol in de cliëntenzorg.

Een belangrijke voorwaarde voor autonomie is de erkenning dat zowel persoonlijke mogelijkheden als de omgeving en het domein van de wijkverpleging begrensd zijn door:

  • de cliënt (de hulpverlener stemt zijn handelen af op de wensen en behoeften van de cliënt);
  • de beroepscode, relevante richtlijnen, standaarden en protocollen;
  • werken in een team en in een zorgketen (wat vraagt om afstemming en samenwerking).

Hierin moet je een goede balans zien te vinden en elkaars verantwoordelijkheden erkennen en respecteren.

Verantwoordelijkheid

Als wijkverpleegkundige heb je een zelfstandige verantwoordelijkheid die voortkomt uit de beslissingsbevoegdheid. Op basis van het methodisch handelen door het verpleegkundig proces te volgen via kritisch en klinisch redeneren, kom je tot een zorgplan en bijbehorende indicatie.

Als wijkverpleegkundige beroepsprofessional is het erg belangrijk dat je er altijd van overtuigd bent dat het klopt wat je met de cliënt hebt afgesproken en vastgelegd. Zet niet zomaar je handtekening onder een zorgplan dat niet door jou is vastgesteld. Onder de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG) ben je als hbo-professional namelijk aansprakelijk voor je individuele handelen.

Als beslissen lastig is

In theorie is het duidelijk, de praktijk kan lastiger zijn. Wanneer in de anamnesefase de zorgvraag niet helder wordt, of niet goed onderbouwd kan worden, is het lastig om een zorgplan en bijbehorende indicatie te stellen.
Kom je in overleg met je collega’s ook niet tot een beslissing, dan is het zinvol te overleggen met de huisarts. Samen met de huisarts, de regiehouder over de medische behandeling thuis, kan dan afgestemd worden. Indien er meerdere disciplines betrokken zijn, is de huisarts regievoerder, tenzij anders afgesproken.

Een team van professionals, één zelfredzame cliënt

Marieke Stijf-van Breugel, wijkverpleegkundige Icare: “Ik vind het ontzettend verrijkend om als wijkverpleegkundige de zorg te indiceren die thuis nodig is. Samen met de cliënt bespreek je de zelfredzaamheid, maar ook waar ze wel hulp bij nodig hebben om mogelijk weer te komen tot zelfredzaamheid. Door met mijn collega’s de geïndiceerde zorg te leveren bereiken we samen met de cliënt een vertrouwensband waaruit we doelen kunnen behalen of soms moeten bijstellen. Het geeft mij een autonoom gevoel.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.