Gepubliceerd op 17 juni 2019

  Leestijd: 2 minuten

Verpleegkundig proces stap 5: Hoe voer ik de geplande werkzaamheden uit?

In de implementatiefase worden de vastgestelde interventies uitgevoerd. De planning van deze interventies is essentieel.

Door de drukte van alledag komt het vaak voor dat verpleegkundigen reactief en intuïtief werken: je handelt naar wat je ziet, hoort en aanvoelt. Dit is niet altijd effectief. Met geplande interventies en bijbehorende acties kun je effectievere zorg verlenen.

Planning

Als de interventie is vastgesteld, komen daar verschillende activiteiten uit voort. Een voorbeeld van een interventie is het behandelen van een wond bij een cliënt. De gehele wondverzorging, verdeeld over een bepaalde tijdspanne, bestaat uit verschillende acties en stappen die je doorloopt. In het geval van wondverzorging betekent dit onder andere het wassen van de wond, het plannen van een tussentijds overleg met de huisarts of het geven van instructies aan de cliënt over hoe hij/zij de eigen wondverzorging kan oppakken. Al deze stappen en acties neem je volgens voorschrift van een huisarts, wondverpleegkundige of een protocol.

Wijzigen van interventies

Als de situatie van de cliënt verandert – de wond gaat bijvoorbeeld ontsteken – is het van belang de interventie en bijbehorende acties aan te passen aan de nieuwe situatie. Doe dit in overleg met de huisarts of specialist. Een andere mogelijkheid is dat het gewenste resultaat van de interventie, en dus van de bijbehorende acties, is behaald.

Interventie versus actie

Een cliënt moet geholpen worden bij het druppelen van de ogen. De interventie is: advies en hulp bij het druppelen van de ogen, totdat de cliënt het zelf kan doen. De acties bij deze interventie zijn: informatie geven over het medicijn zelf, uitleggen hoe je deze medicijnen kunt toedienen en uiteindelijk instructie en begeleiding geven bij het zelfstandig leren druppelen. Je zet hiervoor soms een hulpmiddel in. Dan geef je ook nog advies over het gebruik van het hulpmiddel. Zo gauw de cliënt (met of zonder hulpmiddel) zelf in staat is zijn of haar ogen te druppelen, kan de zorg worden beëindigd en is de interventie geslaagd.

Mochten de acties niet het gewenste resultaat opleveren – de cliënt kan misschien niet goed omgaan met het hulpmiddel – en er is wijkverpleging nodig om de ogen te blijven druppelen, dan wordt dat de opvolgende interventie. De actie van de opvolgende interventie is dat de wijkverpleegkundige structureel de ogen van de cliënt druppelt.

Het is belangrijk dat je goed nadenkt over wat iemand zelf kan, weet en wil en met welk doel. Ook het inschakelen van en instructies geven aan de mantelzorger is een manier om het doel te behalen en de interventie te laten slagen.

Klinisch besluitvormingsproces

Het aanpassen van een interventie wanneer de behoefte van de cliënt is veranderd, is onderdeel van het klinisch besluitvormingsproces. Als wijkverpleegkundige blijf je – in elke fase van de zorg – scherp op de vraag of de geboden zorg nog wel de juiste is. Je blijft altijd kritisch en alert.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.