Gepubliceerd op 17 juni 2019

  Leestijd: 4 minuten

Welke aspecten van stervensbegeleiding horen bij de wijkverpleegkundige?

Voor goede palliatieve en palliatief terminale zorg in de eerstelijnszorg is samenwerking nodig tussen wijkverpleegkundigen en huisartsen. Welke aspecten van stervensbegeleiding horen bij jouw rol als wijkverpleegkundige en welke horen bij de huisarts?

Wijkverpleegkundige

In de palliatief terminale fase is altijd sprake van een geneeskundige context. Of de zorg door een wijkverpleegkundige zelf – samen met het team wijkverpleging – wordt geleverd, hangt af van hoe de zorg georganiseerd wordt. Je indiceert voor deze zorg niet anders dan bij de indicatiestelling voor zorg die nodig is in andere fases van het leven. In de palliatieve terminale fase zijn er wel andere doelen: het gaat van ziektegerichte zorg naar symptoomlastenbestrijding. Dit vraagt van jou als wijkverpleegkundige onder andere scherper observeren en nauwer contact met de mantelzorgers.

Passende interventies

Na het doorlopen van het verpleegkundig proces stel je vast wat passende interventies zijn en door wie deze ingezet moeten worden. Dit is aan de wijkverpleegkundige om vast te stellen én te onderbouwen. Zo kun je besluiten om het benodigde toezicht/waken of een ander deel van de benodigde zorg door vrijwilligers of mantelzorgers te laten uitvoeren. Dit hangt af van de situatie van de cliënt en zijn of haar omgeving. Hierbij spelen zorginhoudelijke overwegingen een rol evenals de draagkracht en draaglast van het (cliënt)zorgsysteem.

Waken

Waken wordt door sommige zorgverzekeraars als mantelzorgondersteuning gezien die vanuit de Wmo geboden moet worden. In deze benadering is waken geen verpleegkundige zorg. Dit ziet de beroepsgroep anders. Zij spreekt van ‘waakzorg’, waarbij wordt bepaald welke competenties nodig zijn om de zorg verantwoord en adequaat te leveren. Zorginhoudelijk is het uitgangspunt bij ‘waakzorg’ dat je doet wat nodig is in de gegeven situatie. Bijvoorbeeld bij onrust, wanen, hallucinaties, delirant gedrag of als cliënten veel pijn hebben en gedraaid moeten worden. Vanuit verpleegkundige inzichten is dan verpleegkundige interventie nodig. Het waken is in deze situatie meer dan alleen maar ondersteunen. Het kan ook gaan om vroegsignalering om erger te voorkomen, bijvoorbeeld bij dyspneu of delirant gedrag of bij een risico op een blow-out (longbloeding).

Waken kun je in deze situaties niet van vrijwilligers of mantelzorger verwachten. Dit wil niet zeggen dat er de hele tijd een wijkverpleegkundige bij hoeft te zijn. Het is aan jou om een risico-inschatting te maken en te overleggen met de huisarts. Vervolgens bepaal je hoe de zorg georganiseerd kan worden en wie de benodigde (waak)zorg levert of biedt.

Huisarts

Het is de taak van de huisarts om de medische aspecten van de palliatieve zorg uit te voeren. Hij is op de hoogte van de voorgeschiedenis van de cliënt en de thuissituatie en kent de mogelijkheden voor het inschakelen van zorg in de regio (professionals/vrijwilligers). Ook de huisarts streeft naar continuïteit in de persoonlijke zorg; hij zorgt voor de overdracht naar collega’s (eigen hagro en huisartsenpost), onderhoudt contacten met de behandelaar(s) in de tweede lijn en is het aanspreekpunt wanneer de cliënt een euthanasieverzoek heeft.

Zorgcoördinator

Het is meestal de wijkverpleegkundige die de zorgcoördinator is. Jij bent verantwoordelijk voor de samenhang van zorg en coördineert de activiteiten van de verschillende zorgverleners.
De verschillende zorgtaken zijn vastgelegd in de samenvattingskaart die je hiernaast kunt downloaden. Deze geeft een overzicht van de aspecten die essentieel zijn voor de afstemming van palliatieve zorg.

Zorgverlener

De wijkverpleegkundige kan ook besluiten om zelf de rol van zorgverlener op zich te nemen. Dit doet de wijkverpleegkundige altijd samen met het team van wijkverpleging en afstemming en is afhankelijk van de complexiteit van de situatie. Complexiteit van zorg kan worden gedefinieerd als de mate waarin verpleegkundigen en verzorgenden in hun werkzaamheden te maken hebben met routines of juist onvoorspelbaarheid. Toenemende complexiteit vraagt om andere competenties. Nauwe samenwerking is noodzakelijk evenals specifieke bevoegd- en bekwaamheden, zoals het inbrengen van een infuus. De generalistisch wijkverpleegkundige kan zich hier onvoldoende bevoegd of bekwaam in achten. In dat geval vraag je zorg aan een collega wijkverpleegkundige uit bijvoorbeeld het medisch specialistische team. In verschillende zorgorganisaties zijn deze teams samengesteld om het hoofd te bieden aan de complexiteit van de zorg, vaak gerelateerd aan handelingen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.