Gepubliceerd op 17 juni 2019

  Leestijd: 6 minuten

Welke rol kan je vervullen voor cliënten die hun levenseinde naderen?

Bij palliatieve cliënten draait de zorg om het verlichten van het lijden. De meeste cliënten brengen in deze levensfase een groot deel van hun ziekbed thuis door. Daar ontvangen ze zorg van hun huisarts, wijkverpleegkundige en vaak ook van hun naasten. Welke rol kun jij vervullen voor cliënten die hun levenseinde naderen?

In Nederland overlijden jaarlijks ongeveer 149.000 mensen. Van deze sterfgevallen is 80 procent voor de arts niet onverwacht. Dat betekent dat deze groep in aanmerking komt voor palliatieve zorg. Omdat een groot deel (68%) van de cliënten het liefst thuis wil sterven, speel je als wijkverpleegkundige een belangrijke rol in de palliatieve fase.

Wat wordt verstaan onder palliatieve zorg?

In de palliatieve fase hebben niet alle cliënten het vooruitzicht dat ze snel komen te overlijden. Palliatief houdt in dat cliënten zijn uitbehandeld en hun gezondheid steeds verder achteruit gaat. De periode van enkele maanden tot weken voor het overlijden wordt de terminale fase genoemd.

Centrale zorgverlener

In de palliatieve fase zijn vaak veel mensen betrokken bij de zorg. Allereerst de directe naasten van de cliënten, de familie en de omgeving. Denk verder aan een huisarts, wijkverpleegkundige, fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, diëtist, maatschappelijk werker, geestelijk verzorger, psycholoog en apotheker. Het is belangrijk om te weten wie de hoofdbehandelaar is en wie de centrale zorgverlener. De hoofdbehandelaar is eindverantwoordelijk voor de behandeling. Bij verpleging thuis is dit altijd de huisarts. De centrale zorgverlener is degene die de zorg coördineert. Vaak is dit de rol van de wijkverpleegkundige of eerstverantwoordelijke verpleegkundige of verzorgende. Die fungeert als eerste contactpersoon bij vragen en problemen en kan een rol vervullen bij het regelen van bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, thuiszorg of nachtzorg.

Pijnbestrijding

In de palliatieve fase gaat het vaak in eerste instantie om pijnbestrijding en het verlichten van symptomen. Dit kan op verschillende manieren, zoals beweging, massage en ontspanningsoefeningen. Dus zeker niet alleen door het toedienen van medicatie. Door pijn kunnen patiënten steeds minder en worden ze beperkt in hun bewegingen. Goede pijnbestrijding en het bijhouden van pijnscores zijn daarom heel belangrijk. Soms moet hiervoor de huisarts of fysiotherapeut worden ingeschakeld. Pijn kan ook gevoelens van angst oproepen of een depressie veroorzaken. Ook slapen mensen vaak slecht door pijn. Pijn is lastig te meten. Daarom is het zo belangrijk goed contact te hebben met de cliënt en steeds samen te bepalen waar die het meest mee geholpen is.

Verpleegkundige zorg

Ook wijkverpleegkundige zorg is een belangrijk onderdeel van je werk. Centraal staat het behoud van autonomie en eigen regie en omgaan met de diagnose en de gevolgen. Vaak gaat het om fysieke verzorging; denk aan lichamelijke verzorging (wassen en aankleden), wondverzorging of medicijnen toedienen. Indien nodig kun je een beroep doen op een specialistisch team, bijvoorbeeld voor het aanleggen van een pompje voor bepaalde medicatie. Nog veel belangijker is de psychosociale zorg voor de cliënt en diens naasten. Het begeleiden en aandacht geven aan de betekenis van de diagnose en de gevolgen die leiden tot het overlijden, heeft veel betekenis voor de cliënt en voor de naasten.

Psychosociale zorg

Als wijkverpleegkundige kom je niet alleen gezondheidsproblemen tegen, maar ook bestaansproblemen. Zeker in de palliatieve fase is psychosociale zorg heel belangrijk. Het begeleiden en aandacht geven aan de betekenis van de diagnose en de gevolgen die leiden tot het overlijden, heeft veel betekenis voor de cliënt en de naasten.

Cliënten en hun naasten hebben vaak veel vragen die ze niet altijd even makkelijk uiten. Wanneer cliënten overgaan van de chronische fase naar de palliatieve of de terminale fase, maakt dit veel los. Aandacht voor psychologische en sociale aspecten van het leven met een ziekte of het naderende sterven hoort integraal onderdeel uit te maken van wijkverpleegkundige zorg. Het is van belang dat je actief openstaat voor psychosociale problemen en actief zoekt naar mogelijkheden om je competenties op dit vlak te vergroten. Als wijkverpleegkundige ken je de situatie van de cliënt en zijn of haar naasten goed. Je kunt ook goed inschatten wat iemand nodig heeft om de situatie te aanvaarden. Dit geldt ook voor de naasten van de cliënt. Voor de naasten is het belangrijk om gehoord te worden; contact met andere deskundigen kan dan heel waardevol zijn.

Palliatieve thuiszorg

Het contact tussen huisartsen en wijkverpleegkundigen is zeker in deze fase heel belangrijk. Om deze samenwerking te versterken zijn zgn. PaTz-groepen (palliatieve thuiszorg) opgericht. Met als doel: ‘voor cliënten met palliatieve zorgbehoeften de zorg thuis zo goed mogelijk laten verlopen door het samenbrengen van huisartsen en wijkverpleegkundigen in een inhoudelijk overleg.’

In het voorjaar van 2017 waren er 135 van deze groepen in Nederland, met ongeveer 800 (10%) huisartsen en 300 verpleegkundigen. Alle cliënten die in de palliatieve fase verkeren, staan vermeld in het palliatieve zorgregister. Dit zijn de mensen met een levensverwachting van minder dan een jaar.

Cliënten die besproken worden in een PaTz-groep, worden minder vaak opgenomen in het ziekenhuis en kunnen dus vaker thuis sterven, zoals velen graag willen. Uit voor- en nametingen van 41 PaTz-groepen blijkt dat als cliënten zijn opgenomen in het palliatieve zorgregister, de behandeling gericht op palliatie eerder wordt ingezet en vaker wordt gesproken over levensverwachting, fysieke klachten, spirituele vraagstukken en de mogelijkheden van palliatieve zorg.

Zie ook: https://www.patz.nu/images/downloads/Handleiding.pdf

Cultuur

De manier waarop mensen omgaan met het naderende levenseinde kan per cultuur en per religie verschillen. In sommige culturen wordt niet uitgesproken dat iemand niet lang meer te leven heeft. In andere zijn er specifieke wensen over de behandeling en medicatie. Het is belangrijk rekening te houden met de gebruiken en de religie van cliënten en hun naasten.

Aanbevelingen

Welke rol kun je specifiek vervullen in de palliatieve fase? Pallialine heeft hiervoor een aantal aanbevelingen.

  • Besteed aandacht aan alle dimensies van het ziek zijn: lichamelijk, psychisch, sociaal en existentieel.
  • Onderken de wijze waarop en de veerkracht waarmee de cliënt met zijn of haar ziekte en situatie omgaat en stem de zorg en begeleiding daarop af.
  • Stel samen met de cliënt een individueel zorg- en behandelplan op, gebaseerd op de individuele doelen, behoeften, grenzen en wensen. Zorg voor goede afstemming en overdracht tussen alle betrokken zorgverleners.
  • Betrek alle betrokken zorgverleners zo vroeg mogelijk in het behandeltraject actief bij de zorg.
  • Zorg ervoor dat het de cliënt op ieder moment duidelijk is wie de hoofdbehandelaar en wie de regievoerder is. Stem dit af met de betrokken zorgverleners.
  • Raadpleeg bij moeilijk behandelbare symptomen en/of complexe problemen deskundigen, bijvoorbeeld een palliatief team en/of verwijs naar gespecialiseerde zorgverleners.
  • Zorg ervoor dat de cliënt zoveel mogelijk zelf de regie kan blijven voeren over haar of zijn leven, ook in deze laatste fase.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.