Gepubliceerd op 13 juni 2019

  Leestijd: 9 minuten

Hoe laat je het verpleegkundig proces zo effectief mogelijk verlopen?

Als wijkverpleegkundige werk je op de scheidslijn van het medische en het sociale domein. Je beweegt je tussen ‘care’ en ‘cure’ en richt je op herstel en palliatieve en chronische zorg. Je vervult een sleutelpositie in het verpleegkundig proces.

Met jouw kennis en ervaring kun je tot een goede vraagverheldering, een zorgplan en een indicatiestelling komen. Samen met de cliënt bepaal je wat de zorgbehoefte is, wat daarvoor nodig is en wie de zorg het beste kan leveren. Deze stappen vormen het verpleegkundig proces. Hoe zorg je ervoor dat dit proces in de praktijk zo effectief mogelijk verloopt?

Balans intuïtie en evidence-based werken

Je zult het vast herkennen: in je dagelijks werk handel je vaak intuïtief. Je herkent situaties door ervaringen die je hebt opgedaan in verschillende cliëntsituaties en op basis daarvan toets je wat je ziet, voelt, ruikt, proeft en ervaart in de situatie waarin je je bevindt. Je kennis door ervaring en je theoretische kennis pas je intuïtief toe in iedere nieuwe situatie.

Toegepaste wetenschap

Dit maakt direct duidelijk dat werken in de wijkverpleging een op de situatie gericht beroep is. Werken in de wijkverpleging vraagt om creatief denken en creatieve oplossingen. De oplossingen zijn niet altijd te vatten in evidence. Daarmee kun je wijkverpleegkunde omschrijven als een toegepaste wetenschap. Het is wel belangrijk dat je op de hoogte bent van wetenschappelijke kennis. Voor de wijkverpleegkunde is die wetenschappelijke kennis vastgelegd in de (beroeps)richtlijnen.

Kritisch nadenken

Toegepaste wetenschap betekent dat problemen ongeordend zijn, dat er onvoldoende beschikbare gegevens zijn of dat gegevens elkaar tegenspreken. Er is vaak geen standaardoplossing of antwoord te geven. Toch moet je weten op welke manier je je kennis kunt inzetten en hoe je ontbrekende gegevens kunt achterhalen. Als je dit kloppend hebt, gaat het erom hoe je vervolgens komt tot een gezamenlijke oplossing met je cliënten en zijn of haar naasten. Daarmee is kritisch denken onmisbaar in het verpleegkundig proces. Kritisch nadenken houdt onder meer in:

  • verrichten van betrouwbare observaties;
  • onderscheid maken tussen belangrijke en onbelangrijke gegevens;
  • constateren of er gegevens ontbreken;
  • toepassen van de principes en theorieën die afkomstig zijn uit de basisbehoeften. Dit betekent dat het denken beredeneerd is. Je bent vrij van waardeoordelen, voorkeuren of eigen belangen;
  • dat je kunt toeredeneren naar een begrip van wat je waarneemt, dat je reflecteert, nadenkt, ervaringen met de huidige situatie samenbrengt en onderzoekt of er mogelijke alternatieven zijn voor wat jij in gedachten hebt. Dit reflecteren doe je samen met de cliënt.

Klinisch redeneren

Kritisch nadenken omvat rationaliteit en rede, reflectie, vaardigheden en houding, creatief kunnen denken, het samenbrengen van gegevens (conceptualiseren) en kennis. Het ‘klinisch redeneren’ wordt beschreven in het beroepsprofiel Verpleegkunde 2020 (V&VN, 2012: p-16-17) als een continu proces, waarbij het gaat om risico-inschatting, vroegsignalering, probleemherkenning, interventie en monitoring. Daarmee gaat het bij klinisch redeneren om de vaardigheid de eigen observaties en interpretaties te koppelen aan medische kennis (fysiologie, anatomie, pathologie, farmacologie). Zo kun je als wijkverpleegkundige goed onderbouwen welke verpleegkundige interventies je moet inzetten bij een gezondheidsvraagstuk voor het behouden van eigen regie en het versterken van zelfredzaamheid om bij te kunnen dragen aan het dagelijks functioneren van de cliënt in zijn of haar situatie. Voor de wijkverpleegkundige is dit proces van kritisch en klinisch redeneren een continu en doorlopend proces.

“Voor de wijkverpleegkundige is dit proces van kritisch en klinisch redeneren een continu en doorlopend proces”

Voortdurend proces

In de wijkverpleging spelen beide processen een belangrijke rol en verlopen ze anders dan in andere verpleegkundige beroepen. De wijkverpleegkundige ondersteuning van cliënten is een voortdurend en zich herhalend proces. Je richt je op gezondheidswinst, het dagelijks functioneren in de thuissituatie en zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen (zelfredzaam, eigen regie, zelfmanagement). Dat maakt de wijkverpleging ook zo uniek.

Een voorbeeld: je hebt een dame van 85 jaar in zorg die tijdens het zorgmoment verward overkomt. Er zijn geen duidelijke factoren aanwijsbaar die dit gedrag van mevrouw kunnen verklaren. Verder zijn er geen andere symptomen. Eten en drinken gaat als altijd, mevrouw is nog steeds actief betrokken. Uit ervaring weet de wijkverpleegkundige dat de verwardheid een teken kan zijn van een blaasontsteking.

Bij het verpleegkundig proces dien je voortdurend met je kennis, ervaring en reflectie na te gaan welke zorg een cliënt nodig heeft en waarom, hierbij steeds weer rekening houdend met het samenspel van lichamelijke, psychische en sociale factoren die de gezondheid beïnvloeden. Je hebt een hoog niveau van klinisch redeneren nodig om goede besluiten over zorginzet te nemen en de noodzakelijke transparantie naar derden te tonen.

Stappenplan

Het verpleegkundig proces verloopt op basis van het kritisch en klinisch redeneren. Dit is een methodisch proces, waardoor je je gegevens op een gestructureerde en logische manier kunt ordenen. Op deze wijze kun je als wijkverpleegkundige besluiten nemen over de afspraken die je samen met de cliënt maakt over de zorg (vastgelegd in het zorgplan), de indicatiestelling en de wijze waarop de organisatie van zorg wordt geregeld. Dit doe je volgens het methodisch verpleegkundig proces dat de volgende onderdelen omvat:

  1. Anamnese/vraagverheldering
  2. Diagnose
  3. Planning van resultaten
  4. Planning van interventies
  5. Uitvoering van geplande werkzaamheden
  6. Evaluatie

 

Het verpleegkundig proces in zes stappen

1. Anamnese

Het verpleegkundig proces start bij de anamnese. In deze fase gaat het over gegevensverzameling en vraagverheldering – al lopen deze zaken in de wijkverpleegkunde continu door. Met deze eerste stap breng je de actuele gezondheidssituatie van de cliënt in kaart én de potentiële risico’s die de cliënt loopt. Het is belangrijk dat je duidelijkheid krijgt over de zorgbehoeften en hoe deze zorgbehoeften onderling samenhangen. Klinisch redeneren en kritisch denken is hier essentieel. Op deze manier krijg je zicht op de mogelijkheden, de beperkingen en de zorgbehoeften van de cliënt. Ook geeft het inzicht in hoe zijn of haar sociale systeem functioneert, wat de complexiteit van de situatie is en wat het vermogen is tot eigen regie.

2. Diagnose

In deze stap breng je ordening aan in alle informatie over de cliënt. Je analyseert de informatie. Vervolgens beschrijf je de conclusie hiervan. Dat is de verpleegkundige diagnose. Deze diagnose levert informatie op over de manier waarop je de planning van de gewenste resultaten en interventies vaststelt.

Dit is een van moeilijkste van de zes stappen. Er zijn voor deze stap veel analytische vaardigheden nodig en continu denkwerk. Want doe je de goede dingen? En doe je ze goed? Ook de afstemming met de cliënt is in deze fase belangrijk. Beantwoordt de verpleegkundige diagnose aan de zorgbehoefte en de zorgvraag van de cliënt?

Het grote risico in deze fase is dat niet de verpleegkundige maar een medische diagnose wordt beschreven. Als wijkverpleegkundige stel je juist vast wat de gevolgen zijn van een medische diagnose en draag je bij aan de vraag op welke manier de cliënt de regie kan behouden over zijn leven. Ook stel je vast hoe de cliënt kan leren omgaan met het verstoorde evenwicht en met zijn mogelijkheden en beperkingen. (Zie ook: Positieve Gezondheid.)

3. Planning resultaten

In deze fase bepaal je de gewenste doelen en resultaten. Wat is het gewenste verloop op de korte en lange termijn? En wat kan het ongewenste verloop op de korte en lange termijn zijn? Als je de gewenste resultaten helder voor ogen hebt, kun je het zorgproces goed bewaken. Na het verzamelen van gegevens, het vaststellen van de verpleegkundige diagnose en de resultaten, leg je de gegevens vast in het zorgplan. Aan de hand van deze gegevensvastlegging stel je als wijkverpleegkundige de aard, duur, omvang en tijd van de zorg vast, oftewel de indicatie.

4. Planning interventies

De gewenste doelen en resultaten vertaal je in interventies. Op basis van gemaakte afspraken met de cliënt organiseer je de zorg samen met de wijkverpleging en/of andere disciplines. Wat is er nodig om de gezondheid van de cliënt in stand te houden, de regie over het leven te behouden, het evenwicht te hervinden in het omgaan met de nieuwe situatie of om de conditie en/of leefomstandigheden van de cliënt te verbeteren? Interventies zijn:

  • Advies, instructie en begeleiding (bijvoorbeeld met het controleren van de bloedsuikers).
  • Behandelen en toepassen van procedures (wondzorg, inbrengen katheter, ADL-zorg).
  • Case-managen en coördineren (afstemmen van de zorg rondom de cliënt, mantelzorg).
  • Toezicht houden en monitoren (gaat iemand adequaat om met het bestellen van medicatie?).

5. Uitvoering

De uitvoering is de fase waarin de activiteiten en handelingen die voortvloeien uit de interventies een logisch gevolg zijn van de verkregen informatie uit de stappen 1, 2 en 3. De activiteiten zijn gericht op het behalen van de doelen die de cliënt samen met de wijkverpleegkundige heeft gesteld en de resultaten die inzicht geven in de bijdrage van het wijkverpleegkundige handelen. In deze fase is observeren, signaleren en rapporteren een belangrijk onderdeel van de zorg. Op basis van deze informatie volgt de evaluatie.

6. Evaluatie

Als laatste stap in het verpleegkundig proces evalueer je de doelen van de cliënt, de resultaten van de zorg en de effectiviteit van de interventies. Eigenlijk is dit geen laatste stap, maar een continu en doorlopend proces. Je evalueert als onderdeel van het zorgproces en als daar aanleiding voor is stel je de resultaten en interventies bij. Alleen als het doel van de zorg wijzigt, is er aanleiding om het zorgplan te herzien en daarop een nieuwe indicatie af te geven.

Het verpleegkundig proces is een continu doorlopend proces. Bij de evaluatie kan blijken dat teruggekeerd moet worden naar een vorige stap. Daarna kunnen – met nieuwe inzichten – weer volgende stappen worden genomen.


Bronnen:
  • Wilkinson, Nieweg en Paans. Kritisch denken binnen het verpleegkundig proces. 2013, pagina 38
  • Pool, Werner, van Antwerpen-Hoogenraad. Wijkverpleging: balanceren tussen zorg en zeggenschap. 2016, pag. 176

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.