Gepubliceerd op 18 september 2020

  Leestijd: 3 minuten

Anamneseproces fase 1: gegevens verzamelen

Tijdens de anamnese verzamel je gegevens in de eigen leefomgeving van de cliënt. Dit doe je aan de hand van verschillende methoden: je observeert, je voert een gesprek en je doet (soms) lichamelijk onderzoek.

Het verzamelen van gegevens tijdens het eerste contact wordt de initiële anamnese genoemd. Daarmee breng je de algemene (gezondheids)toestand van de cliënt in beeld. Verdere verdieping vindt plaats in de zogenaamde vervolganamneses. In de vervolganamneses kun je desgewenst gebruik maken van speciële anamneses, die je gebruikt wanneer je een specifiek probleem of een vermoeden daarvan nauwkeuriger in kaart wilt brengen. Speciële anamneses kunnen ook tijdens de initiële anamnese gebruikt worden, maar meestal kom je daar niet aan toe.

Observeren

Het is goed om er gewoon ‘te zijn’ en de cliënt te observeren. Bij het observeren maak je gebruik van meerdere zintuigen: je kijkt, ruikt, luistert en voelt. Zo kun je systematisch achterhalen wat de actuele (gezondheids)toestand van de cliënt is, wat de gevolgen zijn van gezondheidsverstoringen en hoe het gesteld is met het zelfzorgvermogen en -gedrag.

Anamnesegesprek

Naast observaties voer je een anamnesegesprek. Dat doe je aan de hand van de anamnesemethodiek. Speciaal voor wijkverpleegkundigen heeft het NWG een Anamnesemethodiek ontwikkeld die uit drie onderdelen bestaat: initiële anamnese, de GFI en prioriteringsvragen. In de Anamnesemethodiek staat bij diverse vragen of thema’s verwijzen naar speciële anamneses uit de V&VN- toolbox.

De gesprekvoering

Met behulp van de anamnesemethodiek stel je vragen, vraag je door en luister je vanuit een open, geduldige, geïnteresseerde, respectvolle en professionele houding. Je zorgt voor een veilige gesprekssfeer waarin de cliënt vrijuit kan en wil vertellen wie hij/zij is, wat belangrijk is in het leven en welke belemmeringen worden ervaren. Je toont oprechte aandacht en maakt ook lastige, gevoelige en intieme thema’s bespreekbaar. Vanzelfsprekend respecteer je de autonomie, privacy, leefgewoonten, levensbeschouwing, opvattingen en woonsituatie van de cliënt.

Lichamelijk onderzoek

Lichamelijk onderzoek is misschien niet iets waar je als wijkverpleegkundige direct aan denkt bij het thema ‘gegevens verzamelen’. Toch is het wel degelijk een onderdeel hiervan. Lichamelijk onderzoek stelt je in staat om de meer subjectieve gegevens uit het anamnesegesprek aan te vullen met objectieve gegevens. Bij lichamelijk onderzoek kun je gebruikmaken van je zintuigen (bijvoorbeeld inspectie van een wond) of meetinstrumenten (bijvoorbeeld het meten van lichaamstemperatuur of bloeddruk). Uiteraard bepaal je in samenspraak met de cliënt of het doen van lichamelijk onderzoek passend en zinvol is.

De volgende drie fasen van het anamneseproces zijn:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.