Gepubliceerd op 18 september 2020

  Leestijd: 3 minuten

Anamnese fase 3: Anamnese gegevens ordenen

Met het ordenen van de anamnesegegevens die je hebt verzameld en geverifieerd, categoriseer je gegevens die verband houden met elkaar. Die ordening helpt je in het denkproces – dat volgt na de gegevensverzameling en waarin je oorzaken en gevolgen gaat vaststellen.

Als je de anamnese volgens de anamnese kwaliteitsstandaard van het NWG afneemt, heb je de verzamelde gegevens eigenlijk al geordend. Daarbij heb je de keuze uit drie methoden om de gegevens geordend te verzamelen:

  • Anamnesemethodiek op basis van de 11 functionele gezondheidspatronen van Gordon;
  • Anamnesemethodiek op basis van de 4 domeinen van Omaha System;
  • Anamnesemethodiek op basis van de 7 gebieden van Welbevinden.

Welke ordeningsmethode je kiest, maakt eigenlijk niet zoveel uit. Als NWG hebben we geconstateerd dat de vragen die je stelt belangrijker zijn dan de wijze waarop ze geordend worden. Daarom hebben we voor wijkverpleegkundigen een gestandaardiseerde vragenlijst ontwikkeld. Bij alle drie de varianten van de anamnesemethodiek zijn de gehanteerde vragen gelijk, de wijze waarop zij geordend zijn is echter anders.

Naast deze geordende gegevens heb je:

  • Een geordend gegeven in de vorm van een score die de uitkomst is van de GFI;
  • De geordende antwoorden van de cliënt op de prioriteringsvragen;
  • Facultatief: de geordende uitkomsten van een instrument dat gebruikt is voor een speciële anamnese;
  • Geordende gegevens die betrekking hebben op de medische context van de cliënt, zoals medische diagnose(s)*, medisch beleid en medisch netwerk.

*Mocht je niet over deze gegevens beschikken vraag deze dan op bij de huisarts.

Klaar voor de vervolgstap

Aan de hand van de geverifieerde en geordende anamnesegegevens kun je het denkproces starten waarin je de verzamelde gegevens gaat beoordelen. Dat doe je door een analyse te maken van oorzaken en gevolgen, die je tevens in relatie brengt met de antwoorden die de cliënt heeft gegeven op de prioriteringsvragen. De bevindingen die je hierbij opdoet, gebruik je om in samenspraak met de cliënt de vervolgstap te zetten in het verpleegkundig proces: het stellen van verpleegkundige diagnoses.

De overige drie fasen van het anamneseproces zijn:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.