Gepubliceerd op 18 februari 2021

  Leestijd: 1 minuut

Zo voorkom je dat je als wijkverpleegkundige een burn-out krijgt

De coronacrisis helpt niet om de tendens van het stijgende aantal burn-out klachten te keren. Integendeel! De werkdruk is toegenomen, de werk-privébalans zoek en er is weinig of geen ruimte voor ontspanning. Kortom dé ideale voedingsbodem voor mentale klachten als stress, overspannenheid en burn-out. Hoe je voorkomt dat je structureel over je eigen grenzen gaat, lees je hier.

Al bijna een jaar is de werkdruk in de wijkverpleging hoog. Erg hoog. Veel collega’s vallen uit omdat ze Covid-19 hebben, dan wel verschijnselen hebben die kunnen duiden op corona. Hierdoor moeten de mensen die wél werken alle zeilen bijzetten om de zorg in de wijk te kunnen blijven leveren. Veel collega’s zijn moe en hebben het gevoel niet bij te kunnen tanken, maar wanneer ga je die grens over en is het meer dan ‘moe’. Met andere woorden hoe voorkom je dat je overspannen raakt of nog erger een burn-out krijgt? Daarvoor is het goed om eerst het verschil tussen de twee te duiden. Het verschil tussen overspannen zijn en een burn-out hebben, is dat overspannenheid omkeerbaar is. Dat betekent dat als je de oorzaak van de stress wegneemt je snel weer herstelt. Dit geldt niet voor een burn-out. Iemand met een burn-out moet doorgaans een lange tijd stoppen met werken om volledig te herstellen.

Hoe herken je overspannenheid?

Overspanning geeft klachten als moeheid, slaapproblemen, prikkelbaarheid, piekeren, concentratie- en geheugenproblemen. Je hebt het gevoel dat je geen grip meer hebt op de situatie en het niet meer lukt om alle dagelijkse dingen – die je voortaan moeiteloos – deed uit te voeren. Als je al langer dan een half jaar deze klachten ervaart, en vooral moe en uitgeput bent, wordt het een burn-out genoemd.

De exacte definitie van een burn-out is: een specifieke stressreactie of toestand van overspannenheid die voornamelijk voorkomt bij mensen in sociale of contactuele beroepen zoals het welzijnswerk, de gezondheidszorg, het onderwijs. Werkende vrouwen en managers hebben er vaker last van dan anderen.

Wat zijn de klachten van een burn-out?

Als je drie of meer van onderstaande klachten ervaart:

  • Lichamelijke moeheid, een uitgeput gevoel;
  • Geestelijke moeheid en moeite om je aandacht erbij te houden;
  • Onrustig slapen;
  • Prikkelbaar zijn;
  • Niet tegen drukte en/of lawaai kunnen;
  • Gemakkelijk huilen;
  • Piekeren;
  • Een gejaagd gevoel hebben.

Mensen met een burn-out hebben verder vaak het gevoel dat zij de vele problemen in hun leven niet meer aankunnen. Ze voelen zich machteloos, alsof ze geen greep meer op de situatie hebben; het is alsof ze de controle over hun leven verliezen. Daar komt bij dat de gewone dagelijkse dingen als werken, het huishouden doen en de zorg voor eventuele kinderen niet meer goed lukt.

Mensen in de zorg hebben een verhoogde kans op een burn-out

Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat mensen die in de zorg werken een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van een burn-out. Dat is enerzijds te verklaren omdat in de zorg de werkdruk vaak hoog is en er veelal in teamverband wordt gewerkt. Daar komt bij dat cliënten langer zelfstandig thuis wonen en (dus) meer zorg nodig hebben; we moeten steeds meer met minder mensen. Zeker als collega’s door ziekteverzuim uitvallen en er misschien ook nog kinderen zijn die thuisonderwijs krijgen, ga je zelf – ondanks dat je jezelf ook heel moe bent – snel over je eigen grenzen heen. Want als jij je ziek meldt, moeten jouw collega’s nóg harder werken. Als er dan ook nog eens taken zijn die je veel energie kosten of als het privé niet helemaal lekker loopt, verschuiven zo ongemerkt je grenzen van wat nog valt onder ‘samen de schouders eronder zetten’ naar ‘roofbouw plegen op je lichaam’.

Om te voorkomen dat je van ‘een beetje overwerkt of misschien wel overspannen verder afglijdt in een burn-out is het van belang dat je de vroege signalen van een burn-out snel herkent.

Vroege signalen burn-out

  • Je zet je hakken in het zand bij vernieuwing. Bij alles voelt het als ‘weer iets dat op mijn bordje komt’;
  • Je hebt last van een kort lontje;
  • Je meldt je vaker ziek of komt regelmatig te laat;
  • Je maakt geen tijd meer voor dingen waar je vroeger juist energie van kreeg (zoals sporten of hobby’s);
  • Je hebt lichamelijke klachten als hoofdpijn of slecht slapen;
  • Je vergeet veel omdat je hoofd gewoon te ‘vol’ zit;
  • Sociale contacten voelen niet als ontspanning, maar als weer iets dat ‘moet’.

Pas op de plaats

Herken je bovenstaande signalen? Neem dan contact op met je leidinggevende en maak een afspraak bij de huisarts. Bedenk maar zo: dat je heel goed voor anderen kunt zorgen, betekent helaas niet dat je ook altijd goed voor jezelf zorgt. Soms is het beter om even pas op de plaats te maken dan te lang over je eigen grenzen heen te gaan, waardoor je er misschien straks wel maanden of zelfs jaren uit bent.

Meer informatie

Lees het ervaringsverhaal van wijkverpleegkundige Tanja de Vos, die zes jaar geleden een burn-out had. Wat de leerpunten voor haar waren, zie je hier.

Of lees: Lessen vanuit het leger, wat kunnen we binnen de wijkverpleging daarvan leren?